ZONDAG  12 juli 2020

OVERSTAPPEN VAN FROUKJE EN ROELINA VAN DE BASISSCHOOL NAAR DE MIDDELBARE SCHOOL.

Gelezen Mattheus 14: 44-52

Beste kijker,

Afscheid nemen van de basisschool en opnieuw beginnen op een middelbare school, is vaak een intensief en soms spannend proces. Vanmorgen staan we met jullie stil bij deze overstap:
Tiemen gaat naar de vrije school in Groningen, Roelina naar het Liudger te Drachten en Froukje eveneens naar het Liudger in Drachten.
Jullie hebben de bekende en soms beruchte berekeningen van de CITO toetsen ontvangen; de tweede test van een ander test buro is dit jaar vervallen. Het advies van de school; er zijn de feestjes en tot slot vooral de Musical van groep 8. Weken hebben jullie thuis moeten zitten, want door de Corona moest de school dicht. En wij als kerkelijke gemeente volgen met deze zondag 12 juli; (aanvankelijk wilden we op 21 juni met jullie de overstap vieren met avondmaal en maaltijd; maar de Corona gooide roet in het eten….).

In een reeks korte verhaaltjes – gelijkenissen –verstopt Jezus een boodschap. Die boodschap is er moeilijk uit te halen. Het blijkt dat ieder mens er zelf wat kan uithalen. Dat is kennelijk de bedoeling van Jezus. Je kan een ander mens direct op iets wijzen, maar vaak werkt het averechts. Je moet… zeggen we dan. Met een gelijkenis laat je een ander het zelf ontdekken.

Bijvoorbeeld de schat die verstopt zit in een stuk grond. Gaat het om zoeken en vinden? Gaat het om de vreugde? Opeens vindt de vinder een stuk grond met een verborgen schat en is heel blij. Nog niet zolang geleden vond een zoeker met een metaaldetector een enorme schat munten, vlak bij Dirksland, op het eiland Flakkee! De vraag is wat jullie of ik willen vinden?

In het tweede verhaaltje verkoopt iemand al zijn bezit om de ene parel te kopen. Gaat het om helemaal gaan voor iets? Alles verkopen om die ene parel te kunnen kopen? Een topsporter bijvoorbeeld? Een monnik die de hemel wil zien?

Wist je dat er miljoenen kinderen zijn van jullie leeftijd (11-13 jaar!) die alles achter laten op zoek naar een nieuw stukje land? Vaak worden ze door hun familie gestuurd, ze gaan met wat geld op pad naar Europa, naar Nederland. Ze geloven dat hier een schat in de grond zit. Daar waar ze vandaan komen, is er vooral hopeloosheid, uitzichtloosheid; scholen zijn niet goed, de regering kan niet veel, er is veel diefstal van elkaar, er is geen werk, geen ruimte en vrijheid. Dus gaan ze op reis, wel 70 miljoen kinderen per jaar!
Gelukkig hoeven jullie niet met groot gevaar op reis te gaan naar een ander land. Wat zou voor jullie de verborgen schat zijn? De parel?

Laatst was de kilo in het nieuws. De enige echte kilo wordt bewaard in Parijs. Waarom? De kilo was geen kilo meer, de kilo was enkele nanogrammen lichter geworden… Dat was schrikken! Die ene kilo is het begin van alle maten en gewichten, van handel, wetenschap, van wereldwijde samenwerking. Stel dat de kilo geen kilo meer is, en je koopt een kilo aardappelen in de Poiesz hier in Bakkeveen, maar is het wel een kilo? Dan wordt alles onzeker, tot aan je diploma aan toe!
Bij nader onderzoek bleek dat de wekelijkse afstoffing de oorzaak was van het verdwijnen van enkele nanogrammen! In het vervolg moet de schoonmaker blazen, niet stoffen!

Weet je, de Bijbel is onze kilo. God spreekt in de harten van mensen, zoals Abraham en Sarah, zoals Mozes en Jezus. Ja, en ook in jouw hart, in ons hart. Je voelt zijn stem in je buik. En wat je voelt, kan je checken aan de verhalen in de Bijbel. Je weet ten diepste heel zeker dat jouw leven een heilig geschenk is van God. Zoals een verborgen schat: dat noemen we kind van God zijn.

  1. Je bent een Parel: weet dat die stem van God van binnen het meest waardevol is: weet dat je van waarde bent, weet dat je een parel bent, een parel in Gods hand. Alleen de grootste dwaas zou zijn arm verkopen voor 10 miljoen euro; of een oog.
  2. Je leven duurt niet eindeloos. Tegelijk geloven we in ‘opstanding’ vanuit het verbond.
  3. Je leven is geen herhaling van het leven van je ouders. Je zal oude en nieuwe dingen maken en ervaren! Leven hoeft geen herhaling te zijn, maar je kan met wat je ontvangt aan oude waarden goede nieuwe ervaringen voortbrengen. Vgl. muziek.

Zelf dacht ik terug aan mijn overstap. En noem ik nu vier waardevolle lessen voor mezelf. Dankbaar voor elke nieuwe morgen wakker worden. 2 en 3 is vergeving vragen en schenken. 4. Aan de mensen die je dierbaar zijn ‘ik hou van je’ zeggen.

AMEN.

ZONDAG  5 juli 2020

Gelezen Mattheus 20: 1-16

BESTE KIJKER

De gelijkenis van de werkers in de wijngaard neemt onze boosheid over onrecht als uitgangspunt. Er zijn mensen die de hele dag in de hitte hard werken voor de wijngaard. En er zijn mensen die te elfder ure komen en twee uur werken. Maar de eigenaar van de wijngaard geeft alle werkers aan het einde van de dag hetzelfde loon. Allen een dagloon. Dat voelt oneerlijk aan. Bijna hetzelfde gebeurde deze week in Nederland. Een directrice van een verpleeghuis was op teevee. Zij had 50 medewerkers en mocht 25 keer 1000 euro uitdelen aan de verpleegkundigen. Doe ik niet, zei ze. Dat is oneerlijk, of iedereen hetzelfde bedrag, of niets.

Op dit moment speelt een fel debat in de maatschappij en in de westerse wereld over discriminatie. Adjietz Bakas (van Surinaamse komaf) merkte scherp op: wel willen voetballen in Qatar, een land met verschrikkelijke slavernij, maar niet willen praten met voetbaljournalist Derksen is ongelooflijk schijnheilig… Anderen merken scherp op: discriminatie van zwarte en bruine Nederlanders steeds maar weer is uiterst pijnlijk en frustrerend! De slavernij wegredeneren als was het lang geleden is onrechtvaardig…

Want onrecht kan ons mensen diep raken en kan lang pijn doen.

En nog pijnlijker voor onze gemeente was deze week het bericht dat de kleinzoon van Joeke en Rimie de Jong op 36 jarige leeftijd plotseling uit het leven was weggerukt door een verkeersongeval. Verbijsterend.. De een mag de hele dag op aarde leven, mag een hoge leeftijd bereiken en veel moois mee maken; de ander wordt midden in het leven weggerukt: ons rechtvaardigheidsgevoel vindt dit heel oneerlijk, heel onbegrijpelijk… een goed en vriendelijk mens overlijdt plotseling en soms een halve crimineel leeft lang en gezond. Opnieuw: ons rechtvaardigheidsgevoel kan om deze dingen heel verdrietig en heel boos worden…

Het lied van Fedde Schurer over de wijngaard spreekt van arbeid en lean. Is er een beloning voor ons mensen en hoe dan? Jezus en Paulus spreken over zeker in verschillende vormen over beloning. Bijvoorbeeld Jezus spreekt over geld geven aan de diakonie; Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet; geef geld aan het goede doel in het verborgene (het ponkje!), dan zal uw loon in het openbaar zijn (Mattheus 6: 1-4)

Paulus (Romeinen 2:6) meent : God zal ieder mens eerlijk vergelden naar zijn werken.

Sinds Abraham en Mozes, sinds Jezus en Paulus wordt geloofd in verschillende bewoordingen: ja God zal recht doen aan de levenden en de doden… Toch is er eerlijke balans van winst en verlies, al overzien wij die niet. Leef echter vanuit de overtuiging dat er zo’n eerlijk balans zal zijn. Geloof erin en handel ernaar. Dan zal je zelfs soms die balans in werking zien.

Maar vraag me niet precies hoe het zit. Met de gelijkenis wil Jezus wil ons troosten en bemoedigen.

De een kan slechts kort leven en werken en meedoen, dan ander krijgt de mogelijkheid 80 of 90 jaar mee te doen in dit leven: alles begint met erkenning dat leven een gunst is, een wonderlijk geschenk.

Anderzijds zit in de gelijkenis een indringende waarschuwing.  Werkers op aarde in de wijngaard, pas op dat je oog niet boos, niet kwaad wordt. Een boos oog is een uitdrukking geworden. Bijna ongemerkt kan het boze oog ontstaan, omdat in ons hart boosheid en woede broeit over onrecht. De boosheid is vaak terecht, want die woede is ontstaan over pijnlijke ervaringen van onrecht, met verdriet en boosheid om een ervaren onrecht: slavernij, racisme, achterstelling, verdrukking of misstanden. Jezus geeft ons een belangrijk advies. Dit gevoel moet omgezet worden in het najagen van recht. Dit gevoel moet niet een boos oog worden, zodat wij mensen al op voorhand indelen in absoluut goed en absoluut kwaad. Dan maken we onszelf tot een godheid die alles op voorhand al weet wie rechtvaardig is en wie niet. En iedereen mag beoordelen.

(De afbeelding van het goede oog is twee handen op elkaar met een ‘goed ‘ oog in de handpalm, zodat twee duimen aan beide zijden zichtbaar zijn.)

Het lied van Fedde Schurer waarschuwt ons: ‘tinkst dysels bij de allerbesten…? Dan misleiden we onszelf.  Alle lean is genade zingt het lied. We mochten mee doen in de wijngaard, op onze eigen manier. Daarin ligt al genoeg genade en loon besloten. Dan leven we met een goed oog, kunnen we blijdschap vinden.

Amen.

“Arbeid en lean”
tekst: Fedde Schurer nei Mattheus 20: 1-12

Lit gjin wrok dyn hert biroere
kom, bisykje ’t to ferstean
wurkers fan ‘e lêste ûre
barre hjir ’t folsleine lean.

Oare rigels, oare wetten
jilde yn Gods keninkryk
sjoch, de ieren en de letten
foar de Hear bin hja allyk.

Tinkst dysels by de alderbêsten?
droechst de gleonens fan ‘e dei?
Hjir binn’ de earsten faek de lêsten –
wês mar bliid en tankje mei.

Hwant dat Gods barmhertichheden
einleas binne oer al syn bern
dat is dochs gjin rjochte reden
om sa lilk en stoertsk to sjen?

Dan allinne wurdt it better
en dyn hert fan frede wis
ast forstiest, dat nou en letter
alle lean genede is.

ZONDAG  28 juni 2020

Gelezen Numeri 17: 1-9.

Beste kijker,

12 stokken werden ‘s avonds in de tent van God gelegd, naar het getal van de 12 stammen van het volk Israël. In de ochtend had een stam een knop, bloesem, en vervolgens een amandel van God gekregen: de stam Levi, dat is de stam van Aaron.

De amandelbloesem is mooi roze en bloeit al vroeg in het jaar, als het nog winter is. De amandelnoot heeft een eigen bitterzoete smaak. Amandelroomboterspijs vind ik bijvoorbeeld erg lekker.

Dit wonder van het bloemstuk voor de stam Levi – van Aaron – is het slotstuk van een even pijnlijke als verbeten strijd om de macht en de prestigieuze baantjes. Bijvoorbeeld de baan hogepriester. De hogepriester ontvangt een prachtige hoed, mantel en nog 6 kledingstukken, waaronder de Urim en Tummim. Soms staken de stemmen en werd per lot – de Urim en Tummim – een besluit genomen. Iedere dag in de tempel had Aaron de opdracht om de mooie kandelaar te ontsteken: de belofte van Gods licht en Gods zegen in deze wereld!

Aaron was de eerste hogepriester, aangewezen door zijn eigen broer Mozes. Ene Korach – ook lid van de stam Levi – komt in verzet. Hij beschuldigt Mozes: dit is Vriendjespolitiek! Aaron je broer geef je wel deze baan en een ander niet? Korach meent: (Numeri 16: 3) ‘waarom handel je zo arrogant? Alle mensen zijn even heilig; waarom verhef jij je boven de anderen…?). Ieder mens is gelijk, ieder mens is even heilig; je behoort niet een familie te bevoordelen! De ene heiliger dan de ander? Onzin. Korach had natuurlijk zelf die hogepriester willen zijn, a.h.w. dichtbij die zegen! Luister naar al te boze en emotionele beschuldigingen van mensen, dan weet je wat ze zelf graag willen hebben. In ons land kunnen deze boze stemmen via verkiezingen een stem krijgen in de tweede kamer. Dat is goed. Ouderenpartij, nieuwkomers, liberale mannen; Vreedzame strijd om invloed en macht.

Er waren wel echte vragen. Gewoonlijk vervulde de eerstgeboren zoon in de stam een priesterlijke of koninklijke rol. Type Willem Alexander. (Die rol moest worden vervuld door de stam van Ruben). Nu opeens bij Mozes neemt de derde zoon, dat is de stam Levi de leiding, al mogen de Levieten geen onroerend bezit hebben. En de Levieten mochten geen paleis bezitten en geen koningschap begeren.

Aaron was symbool van verbinding: uit het heilige en uit het heilige der heilige klinke de opdracht: laat liefde en recht, waarheid en vergeving eenheid brengen tussen de mensen…

In werkelijkheid ontstaan er altijd weer verschillen, facties, stromingen, richtingen ook binnen de meest orthodoxe stromingen of religies… Wat brengt eenheid tussen die verschillen?

In de praktijk van de samenleving zorgen 3 factoren voor samenwerking en verbinding, zij het vaak tijdelijk.

  1. Werk, geld, business, voedsel en welvaart brengen mensen tot samenwerking. Als de sinterklaasverkopen stijgen met een groene en oranje Pieten, kan verandering snel gaan.
  2. Een gevaarlijke en levensbedreigende ziekte kan verenigen. Dat zagen we met de Corona, in maart. Nagenoeg de hele kamer en alle delen van de bevolking waren bereid alles op alles te zetten om levensgevaar af te wenden. Elkaar steunen, met elkaar huilen, en afzien, en hopelijk resultaat behalen.
  3. Ik zal nooit vergeten in 1970 in Rotterdam. Feijenoord won in dat jaar de Eurapcup. Wat een verbinding! De havenbaron en de havenarbeider, de tatoo-zeeman en de dure advocaat, de netwerkende zakenman en de winkelier, jong en oud of ertussenin: man en vrouw: er was even een moment van verbinding en van eenheid in de vreugde. Zo ook won Oranje de voetbalcup van Europa in 1988 en bracht een golf van enthousiasme teweeg.

Deze momenten vervliegen weer. En nieuwe tegenstellingen kunnen zo weer strijd geven. Bittere strijd.

Zou het verhaal en de boodschap van Mozes en Jezus ooit die eenheid kunnen schenken? Verbinding en vrede stichten? Liefde laten stromen uit Gods zegen? In Christus naam? (Sommigen zeggen mij: religie brengt vooral oorlog, zie je dat niet?)..

Laten we Korach het voordeel van de twijfel geven: iedereen is gelijk en heilig voor God. De hele mensenwereld is bestemd voor Gods heilige liefde… Dus kan hij Korach ook een hogepriester zijn, evenals u en ik. Korach wilde alvast de liefde van God ervaren in het Heilige der Heilige , de liefde die vrede zal brengen in de wereld. Maar het Bijbelverhaal onthult dat de eigen persoonlijke ambitie en eerzucht van Korach de belangrijkste drijfveer was. Niet de liefde. Aaron werd niet gedreven door eerzucht, hij had al als oudste zoon zijn jongere broer Mozes de leiding laten nemen.

De kinderen van Korach werden gered (Numeri 26:11). Deze kinderen van Korach worden ‘singer-song’ schrijvers van een aantal liederen. Bijvoorbeeld Psalm 48: 10-11. Daar zingen zij: ‘wij beelden ons in dat uw liefde en trouw vooral al in het hart van de tempel is. Neen, uw naam, uw lof is tot aan de einden der aarde. Zij doen een ontdekking. Dat betekent dat ieder mens, midden in de grote oceaan, of op Ameland, in Rome of Jeruzalem, hier of elders, – die zijn best doet, en – zoals Jezus zegt – een beker koel water deelt met een dorstige wandelaar in Zijn naam, Gods liefde voelt!

De familie van Aaron mag de zegen uitspreken, maar iedereen kan die zegen overal ervaren, in daden van liefde. En de kinderen van Korach zingen daarover.

Amen

ZONDAG  21 juni 2020

VIERING HEILIG AVONDMAAL

Gelezen uit de Bijbel Jozua 5: 11 ‘en ze aten daags na de Paasmaaltijd ongezuurde broden en geroost koren, want het hemelbrood (manna) was opgehouden’.

Beste kijker,

Jozua vertelt van een verandering in eten: van een dagelijkse portie hemelbrood (manna = letterlijk ’wat is dat?) in de woestijn, naar het oogsten van tarwe en koren en verwerken tot een brood. Met Pasen bereidde men de platte broden: ongedesemd brood. Daarna werd ook geroost koren gegeten. Het verzamelen van het dagelijkse manna tijdens de woestijnreis kon naar behoefte. De een deed de voordeur open, verzamelde wat manna in zijn beker, en klaar. Die had de hele dag voor zichzelf, om van alles te ontdekken en te doen. De ander dacht meer nodig te hebben, die verzamelde wel twee of drie bekers, was een halve dag kwijt, kon vervolgens wat uitrusten en had maar een paar uur over voor andere dingen. Een derde vreesde tekort te komen, wilde altijd meer; die was de hele dag aan het verzamelen, had nergens anders tijd voor, kwam moe thuis. Die persoon kon het verzamelde opeten; vervolgens kon die persoon bij wijze van spreken vermoeid en slaperig wat zappen en dan naar bed. Zo was manna spiritueel eten: direct was zichtbaar wat de waarden in je leven zijn, hoe je tot keuzes komt. Het ene uiterste toont een angstig ik – het andere uiterste toont een mens met dankbaarheid en verwondering.

Hoe wordt spiritualiteit zichtbaar als het manna, het hemelbrood niet meer te vinden is iedere dag? Trekt spiritualiteit zich dan terug in een klooster? In een kerkdienst op zondagmorgen.? Als mensen een vaste woonplaats hebben waar tarwe en koren moeten worden geoogst met hard werken, verdwijnen spirituele ervaringen dan naar de rand, als een sluitstuk?

Symbool van het verdwijnen van het manna en het spirituele bestaan is de ploeg: met de ploeg kan je de aarde open scheuren, met rund of paard ervoor, later met de trekker; de techniek gaat verder: na de ploeg, de bijl, zaag machines, computer, robot en AI: de ons omringende natuur wordt binnenste buiten gekeerd, uiteindelijk voor voedsel, voor geld en welvaart. Kan dat wel?

En nu leven 7 miljard mensen op onze aarde die willen allemaal schoon water, wonen en voldoende voedsel, de hele dag stroom uit het stopcontact, liefst een slokje wijn: symbool voor levensvreugde! Misschien zelfs wel wat reizen… Hoe kan dat? Nooit niet! Roepen velen.

Hoe kan deze aarde dat allemaal dragen? En hoe kan een mens zijn spirituele waarden ontwikkelen met de constante druk om bestaanszekerheid te verkrijgen? Ook in de tijd van de Bijbel is deze vraag gesteld; Mozes had 12 knappe koppen een toekomstplan laten maken: ga op onderzoek uit hoe het land, hoe deze goede aarde bewoonbaar is voor ons allemaal…Zo geschiede. En tien van de 12 hadden onderzoek gedaan: dat kan nooit! Daarbij: we vertrouwen elkaar niet! De ene mens kijkt op de andere mens neer als was die ander een sprinkhaan! (wit/ zwart, man/ vrouw, volken, naties, stammen). Slechts 2 onderzoekers – Jozua was er een van – hadden rond gekeken op aarde en hadden een goede boodschap verteld: jawel, deze aarde vloeit van melk en honing! Er is overvloed! En we hebben een goed verhaal, een evangelie, en de tora! De aarde is goed genoeg om met God op aarde en met het volk Israël en met alle volkeren en mensen te bewonen! Spiritueel en lichamelijk!

Nu is de vraag opnieuw actueel. Al die verschillende mensen, kunnen die wel samenleven? Het land en de zee met de natuur, het klimaat: kunnen die ons mensen wel aan? Nu komt ook nog de Corona erbij. We kunnen onderzoek doen, berekeningen maken, de computer erbij, maar uiteindelijk blijft de vraag: welk verhaal met welke boodschap vertel je? Wat is nu het juiste verhaal? Er zijn 2 richtingen mogelijk in het vertellen van een verhaal.

Laat ik als voorbeeld mijn eigen levensverhaal vertellen. Ook ik kan mijn levensverhaal vertellen, met 2 varianten. Het ene verhaal gaat over tegenslagen, fouten of teleurstellingen. Over toevalligheden en met het zekere levenslot van de eindigheid van mijn leven… De tweede variant vertelt van dankbaarheid voor het leven, van de mogelijkheid van vergeving schenken en ontvangen, van de ervaring van liefde. En bovenal het vertrouwen dat we gezegend zijn met eeuwige armen… De Heer is rechtvaardig in al zijn wegen.

Jozua vertelt het verhaal heel eenvoudig en heel kort. Hij had zijn eigen gelijk breedsprakig kunnen uitventen, maar dat doet hij niet. Kortweg vertelt hij : met manna zijn we 40 jaar door de woestijn getrokken, nu gaan we verder met ongedesemd brood en geroost koren. Ook met de vaste woonplaats en met de ploeg blijkt het blijkt Gods goede aarde te zijn, viert hij Pasen met brood en wijn, symbool voor de weg van bevrijding.

Zo mogen wij vanmorgen brood en wijn delen.

Lezen we de wonderbare spijziging van Mattheus 14: 15-21. Amen

ZONDAG  14 juni 2020

Protestantse Gemeente It Kenigsfjild te Ureterp/Bakkeveen

Zorgvuldig heb ik geprobeerd het te vermijden.
Dat overbekende groepsspel: ik ga op reis en ik neem mee….
Het is zo’n inkopper om een preek over deze evangelietekst daarmee te beginnen.
Tegelijk, toen ik het al geschrapt had, heb ik het toch weer tevoorschijn gehaald.
Het contrasteert mooi met wat de discipelen van Jezus worden geacht wel en vooral niet mee te nemen.
Waar wij doorgaans (te) veel meenemen voor onderweg – je weet maar nooit! – ontvangen de discipelen van Jezus de opdracht zo weinig mogelijk mee te nemen.
Hij wil dat ze de omgeving open tegemoet treden.
Bagage zou ballast zijn en de opdracht om het koninkrijk der hemelen te verkondigen, verhinderen.

Ik ga op reis en neem zo weinig mogelijk mee, geen wandelstok of extra paar kleren, geen gouden, zilveren of koperen munten, geen reistas en geen sandalen.
Niet alleen geeft Jezus de opdracht wat de discipelen moeten thuislaten, hij geeft ze wel iets anders mee.
Hij geeft de ene discipel aan de ander:

  • Simon en Andreas
  • Jakobus en Johannes
  • Filippus en Bartolomeüs
  • Tomas en Matteüs
  • Jakobus en Taddeüs
  • Simon en Judas Iskariot

Dit twaalftal, zesmaal twee, wordt er door Jezus op uit gezonden.
Discipelen (leerlingen of volgelingen) worden apostelen (uitgezondenen).
Leerlingen worden leiders.
Het gaat niet om hen, maar om de mensen die ze zullen ontmoeten.
Ze moeten de wereld intrekken om de bevrijdende boodschap te vertellen.
Door de wereld in te trekken, verbreedt het Koninkrijk van God zijn grenzen.
Het is als een mosterdzaadje, zo klein, maar als het opkomt, draagt het veel vrucht.

Maar, de apostelen kunnen dat niet alleen.
Ze doen het twee aan twee.
Ze mogen dan van leerlingen leiders worden, maar ze zijn geen dictators, geen eenhoofdig leiders, geen regelmannetjes, geen zetbazen; niets van dat alles.
Mochten ze al leider zijn, dan zijn ze het vooral samen.
In het gedeeld leiderschap zijn ze meer leerling dan leraar, maar herder dan leider.
Twee is ook het getal van getuigen.
Het getuigenis van één getuige volstaat niet.
Op basis van twee getuigen staat een boodschap vast.

Ze vormen duo’s van imperfecte mensen.
Ze hadden niet de Theologische Universiteit van Galilea doorlopen.
Ze waren geen Bekende Galileeërs.
Ze waren niet de winnaars van de ene of andere religieuze talentenshow.
Er viel van alles op ze aan te merken.
Toch koos Jezus ze uit voor de uitbreiding van het koninkrijk.
Hij vond ze goed genoeg.
Samen vormen ze elkaars tekorten aan.
Ze mogen van Hem open de wereld intrekken.
Open ook in die zin dat er nog heel wat aan ze geschaafd moet worden, maar dat het leven dat dan maar moet doen.
De ontmoetingen met mensen, succesvol of niet, vormen voor hen een slijpsteen.
Ze trekken met open handen de wereld in.
Zo gaan ze het leven tegemoet.
Zo zal het leven ze ook tegemoet treden.

Het is geen succesverhaal in die zin dat vanaf nu alles wel zal lukken.
Jezus kent de kille harten en harde hoofden van mensen.
Hij geeft ze de opdracht om huizen binnen te gaan met vrede, maar als ze die vrede niet willen ontvangen dat ze die vrede moeten laten terugkeren.
Ze krijgen te maken met desinteresse, onvriendelijkheid, weerstand, cynisme en agressie.
Niet iedereen zit op het bevrijdende nieuws van God te wachten.
Het kan zelfs zijn dat de discipelen niet worden ontvangen, niet eens binnen mogen komen in de huizen.

Ook het evangelie stuit op weerstanden.
Hoezeer het Koninkrijk van God de grenzen verruimd, er zijn altijd weer mensen die dat Koninkrijk terugdringen.
Ze hebben er geen boodschap aan.
Ze treden de wereld niet open tegemoet.
Ze sluiten zich af voor hun omgeving, omdat ze zichzelf centraal plaatsen.
Alle schijnwerpers moeten op hen, als het middelpunt van de wereld, schijnen.
Ze hebben niets van de openheid van de apostelen.
Hun bestaan is afgebakend: huisje, boompje, beestje.

Jezus vertelt de leerlingen hoe ze deze mensen moeten tegemoet treden.
Ze moeten ze niet blijven opzoeken, niet blijven overtuigen, maar loslaten.
Hij geeft daarvoor de opdracht: verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.
Ook dat betekent het als de leerlingen de wereld en haar bewoners open tegemoet moeten treden.
Je kunt niet alles en iedereen bereiken.
Verspil geen energie.
Ga naar andere mensen die het wel waard zijn.
Er zijn er genoeg die voort- of opgejaagd zijn en afgemat.
Ze zijn, zegt Jezus, als schapen zonder herder.

Dat beeld was herkenbaar voor de discipelen met al die kuddes om hen heen.
Schapen zijn groepsdieren.
Bij schapen hoort een herder.
Zoals een schoolklas een juf, meester, coach of praktijkbegeleider nodig heeft.
Zoals zieke mensen een huisarts, een fysiotherapeut of een chirurg behoeven.
Mensen zijn zelfredzaam, kunnen meer dan ze denken, maar soms lukt het even niet.
Ze voelen zich eenzaam, verlaten en in de steek gelaten.
Als je niet meer weet welke kant je met het leven uit moet of niet begrijpt waarom het leven met jou die en niet een andere weg in gaat, wat kun je dan behoefte hebben aan leiding, een leider, advies, een adviseur.
Je bent dan als het ware als een verdwaald schaap dat behoefte heeft aan de kudde en niet minder aan de herder.

Jezus wil dat de discipelen zijn werkgebied helpen vergroten en dat de mensen die opgejaagd worden, vermoeid zijn en belast, mogen horen dat er goed nieuws is: het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Dat is het rijk van Gods vrede, van recht en barmhartigheid.
Dit rijk is niet veraf, maar nabij, zegt Jezus via zijn leerlingen.
Hij zegt dat omdat Hij met ontferming is bewogen over mensen.
Deze woorden hebben een ongekende lading.
Het geeft een heftige gemoedstoestand aan.
Zo begaan is Jezus met de mensen die te neergeslagen zijn, de moed dreigen of hebben opgegeven, die steeds in de hoeken zitten waar de klappen vallen, die lichamelijk en/of geestelijk op zijn en alle hoop hebben verloren dat het ooit nog goed komt.
Als Jezus zo begaan is met mensen, dan verlangt Hij dat ook van zijn apostelen.
Ze moeten zich niet de wereld in laten sturen, omdat Hij het zegt, omdat er een gebod nageleefd moet worden of uit blinde gehoorzaamheid aan de leider.
Al gaande mogen ze zich die ontferming van Jezus eigen maken.
Dat gaat met vallen en opstaan.

Zoals gezegd, de apostelen waren verre van perfect.
Ze bleven fouten maken, maar ze waren wel geroepen en Jezus vertrouwde hen de taak toe van leren, verkondigen en genezen.
Voor het woord ‘genezen’ staat er in de grondtekst een woord waarin we het ons bekende woord ‘therapie’ herkennen.
Therapie is geen moment, geen wondermiddel, maar vergt een proces.
Van leerlingen worden ze zelf leraar, maar tegelijk blijven ze leerling.
Door schade en schande leren ze ook met ontferming bewogen te zijn over mensen die niet meetellen, niet gehoord en niet gezien worden.
Dat het er niet weinigen zijn, laat Jezus duidelijk weten: de oogst is groot.
Zoveel mensen zijn op zoek en kunnen het niet vinden.
Of ze zijn allang gestopt met zoeken naar de zin van het leven.
Dat is het probleem niet.
Waar het klemt, is dat er weinig arbeiders zijn.
Dat laat onverlet dat de boodschap krachtig is: het koninkrijk der hemelen is nabij.
Dat mochten de apostelen prediken, leren en die genezende woorden uitspreken en tonen.

Die boodschap klinkt ook vandaag, zoveel jaren later.
Ook in deze tijd zijn er velen die op zoek zijn, maar ze kunnen het niet vinden, zijn het kwijtgeraakt waar ze naar op zoek waren of hoopten te vinden.
Ze geloven er niet meer in dat er recht, gerechtigheid en vrede bestaat, ze zijn zo cynisch en afgestompt geworden dat ze leven voorbij alle hoop en moed.
Mensen voelen zich soms uit het lood geslagen door het coronavirus, een ziekte die gewoon doorgaat of opkomt, het verlies van werk of een dierbare.
Ze geloven wel dat Jezus mooie woorden uitsprak en ook voorleefde.
Maar of en hoe dat geldt voor vandaag?
Het koninkrijk lijkt verder weg dan ooit, als het ons nog iets zegt.
Het coronavirus houdt ons meer in de greep, de miskenning om kolonialisme en slavernij, de afwijzing van discriminatie, de vernedering van het racisme.
In de voorbije week werden in diverse landen (stand)beelden die herinneren aan het slavernijverleden en kolonialisme omver gehaald, beschadigd en/of besmeurd.
De pijn van generaties zit diep.
Mensen willen gehoord worden.
Ze zoeken recht buiten en vrede binnen.
Ze krijgen het niet.
De tragische, onnodige dood van Georg Floyd heeft heel wat losgemaakt.
De man die actief was in christelijk vrijwilligerswerk is een pijnlijke, maar geen stille dood gestorven.
Wereldwijd uiten mensen hun wanhoop en protesteren.
Ze bidden mee: Heer, wees ook met ontferming bewogen over mensen die lijden aan discriminatie en racisme.
Ze bidden voor mensen die tweederangsburger worden gemaakt.
Heer, wees ook met ontferming bewogen over mensen die op zoek zijn, opgejaagd en vermoeid, lamgeslagen, opgebrand net als Galileeërs zo lang geleden.
Heer, ontferm U.

Mensen zijn zelfredzamer dan ooit.
Tegelijk blijkt ook door het coronavirus heen dat we als mensen meer sociale wezens zijn dan we denken.
En ook, dat het niet altijd en overal lukt om zelfredzaam te zijn.
We hebben een oriëntatiepunt nodig in ons leven, een doel om voor te leven, mensen om ons heen die meer dan de moeite waard zijn.
Mensen die ons misschien meer nodig hebben dan dat wij denken dat wij mensen nodig hebben.
Dat besef haalt ons uit ons egocentrisme die afbrekend is, niet opbouwend, niet heilzaam en niet helend.
De woorden van Jezus, de trektocht van de discipelen, hun voorleven van het Koninkrijk zijn dat wel.

Ik ga op reis en ik neem mee.
Nee, herstel: ik ga op reis en ik breng …

ZONDAG  7 juni 2020

Ruth 2: 1-20 en Mattheus 28: 16-20

Beste kijker,

De afgelopen week kwamen we langzaam maar zeker uit de lock-down, ingesteld door de corona-crisis. Anderzijds is de westerse wereld nu opgeschrikt door protesten, soms ook schrikwekkende rellen en plunderingen, door het opvlammen van de sluimerende veenbrand van discriminatie en racisme; na de gewelddadige dood van de George Floyd onder de knie van een witte (blanke) politieman Derek Chauvin en drie onverschillige politiemensen. In Nederland gaan de protesten ook door, zodat nu drie spanningen door elkaar lopen: het corona-virus, massaal protest tegen racisme en financiele zorgen bij sommige bedrijfstakken. Nu eist het protest tegen racisme even alle aandacht op. Het verhaal van Ruth 2 verwijst eveneens naar spanningen tussen stammen en groepen mensen.

De westerse wereld kent als belangrijkste waarde, afgeleid van ons Bijbels geloof dat ieder mens gelijke behandeling voor de wet mag verwachten, voor Gods aangezicht. Deze waarde is nog altijd actueel.

En ook de stad waar George stierf onder de politieknie, kent al vele jaren een progressief bestuur met uitgebreide programma’s tegen discriminatie en racisme in alle overheidsdiensten. En dan toch zijn trieste dood…  Georg Floyd probeerde zijn leven weer op orde te krijgen na 5 jaar gevangenis, nog met drugsverslaving tobbend, vals geld in zijn handen; Derek was met een Aziatische vrouw gehuwd en toch deze daad…een oude vete misschien? Half racist?  Beiden kenden elkaar hadden gewerkt in hetzelfde muziek-kaffee, Het kaffee is onlangs door de plunderaars geplunderd en in de as gelegd…

Vele goede bedoelingen zijn er, programma’s en wetten om discriminatie te bestrijden, maar de vraag blijft: wat gebeurt er? Wat zien we over het hoofd?

Vanmorgen wil ik wijzen op de bijzondere aanpak van Ruth. Ruth is een afstammeling van de stam Moab, die belandt met haar schoonmoeder in Bethlehem, van de stam Juda. Ruth, de Moabitische, een arme weduwe en een ‘huwbare’ vrouw, is nakomeling van Lot, een echte vreemdelinge in Juda, met Naomi van Bethlehem, die afstamt van Juda en Tamar, van Abraham! Daarmee zijn Ruth en Naomi dragers van een oude en pijnlijke mislukking.

Abraham – voorvader van Naomi – heeft het eerste sociale programma laten zien, kennelijk geïnspireerd door de ene God van hemelen en aarde -, uitgeprobeerd op zijn neef Lot. Abraham ontfermt zich, neemt Lot in huis, leert hem, coacht, traint hem. Lot ontwikkelt zich: hij gaat ook geiten houden, melk en kaas en vlees verhandelen, huiden en wol, boekhouden leren, personeel in dienst nemen: hij krijgt bezit en status! Toch zijn er ook meer en meer spanningen en ruzie. Lot stelt een deling voor. Zelfs als Abraham Lot moet redden in de nood, blijft er een ijskoude vrede, doordat Abraham niets aanneemt. Want Lot voelt zich toch altijd de nummer 2 bij Abraham. Maar in Sodom wordt Lot de top. Daar in Sodom geldt de wet: opkomen voor jezelf, jezelf ontwikkelen, zelfstandig worden; leren doelen stellen, sparen, investeren! Dat hele idee van sterke schouders – of een almachtige alwijze staat en de rest van de mensen is dom, het helpen van zwakkelingen, van zielige mensen door enkele sterke leiders wekt alleen maar boosheid, rancune en onbehagen. Die neerbuigende houding van medelijden versterkt alleen maar rancune, boosheid , geweld! De kloof Lot-Abraham is ook ontstaan door de mislukking van solidariteit. In de oren van Lot en familie klinkt bijvoorbeeld het gebed van Abraham (Genesis 18) zo irritant neerbuigend: misschien zijn er in Sodom een paar goede mensen, de rest is slecht en dom of zielig, zwak, verslaafd. Lot en zijn twee dochters plegen nog liever incest dan op hangepootjes hulp gaan vragen bij Abraham: dat voelt zo vernederend… (Zie ook de geschriften van F. Nietsche, of de uit de Sovjet-Unie gevluchte Ayn Rand: The Fountainhead.)

Ruth is nakomeling van Lot; de stam Moab is ook drager van de ideologie van Moab: hulp geven of vragen is vernederend!

Nu zijn de dragers van de oude trauma’s bij elkaar : Ruth en Naomi. Ruth een unieke aanpak als zij bij de Juda is.

Zij, de Moabitische, een arme weduwe heeft een brood gebakken van de aren van de diaconie van de bijstandswet van de voedselbank van Boaz.

Wat deed je, Rut? Vraagt Naomi.

Ruth: Ik heb het geregeld met hem Boaz.

Naomi antwoordt: wauw, God kan nog immer solidariteit bewerken aan levende en doden!

Chesed: moeilijk te vertalen. Het betekent zoveel: trouw, caritas, diaconie, mededogen, aalmoezen.. Ruth overbrugt kennelijk een aloude kloof sinds Abraham en Lot. Hoe?

Ruth erkent de werkelijkheid. 1. Ja, ik ben Ruth uit Moab en uit Lot, bij Sodom afkomstig. (NB bij ons in de stam hebben we nog liever incest dan oom Abraham onder ogen komen en vragen om hulp). Een verarmde jonge weduwe, en ook nog zo heel erg vreemdeling met rare kleding, huidskleur of kookluchtjes, zo ANDERS… Dat ben ik in de ogen van de Judeeërs.

Dan volgt die unieke inbreng van Ruth: ik heb gedaan en gehandeld met hem, met Boaz. Zij zegt niet: De rijke boer heeft mij geholpen, een sociaal programma opgezet voor mij zielige buitenlandse, mij voordeeltjes toegespeeld. Boaz krijgt nu de prijs voor de barmhartige Samaritaan van het jaar. Ruth keert het heel zelfbewust om: ik heb iets voor hem gedaan en met hem bewerkt! Wat dan? Door die korrels uit de garven, dit brood, heb ik hem vreugde verschaft, plezier, gein. Ik gaf hem de gelegenheid om aan mij te geven: goed van mij, he! Naomi ziet wat een ontdekking Ruth doet! Welk een genezing van een oude frustratie zij bewerkt. Gods trouw tussen mensen wordt weer mogelijk! Chesed krijgt gestalte zonder die meelijwekkende neerbuigendheid van sterke schouder en de zielige zwakkeling. Ruth heeft een opening gevonden in de doodlopende weg van Abraham en Lot. Naastenliefde tussen de rijke boer man en een arme weduwe is mogelijk in een gelijkwaardige beweging van gelegenheid geven om voedsel te geven, te ontvangen, te delen en zo vreugde – gein – te vinden in het leven door de tora uit te voeren (Leviticus 19 en 23, de opdracht aren te lezen)!

Jezus zal in zijn laatste preek ook zoiets zeggen: ik zal je bevrijden uit de hel als je mij (een naakte bijvoorbeeld) kleding verschaft: je ervaart dan hemelse vreugde. (Mattheus 25). Dus wel een mooie oogst hebben en alleen het ik of de eigen groep om mee eten, is de hel op aarde.

Later zal Boaz zeggen: Ruth, wat ben je een sterke vrouw…! Er is helemaal niets zieligs aan jou.

Ruth herstelt zo de mislukking van Abraham en Lot – erkennen Naomi en Boaz. Zo is zij de voormoeder van David en Jezus geworden.

Jezus heeft een grote opdracht voor de wereld, tot in de uithoeken (Mattheus 28). Stammen, partijen, kleuren, rangen, standen, kasten, rechtsen en linksen, talen, naties: voor alle mensen is er de opdracht tot chesed gestalte geven. Jezus gebruikt de term ‘alle volmacht’. Concreet laat de houding van Ruth zien hoe trouw tussen mensen mogelijk is. Doop jezelf – aanvaard jezelf en belijd: ik doe mee, ik zoek en vind gein in Gods opdracht tot chesed.

Over 2 weken leggen we hier brood en wijn neer.
Deze wereld kent nog op veel plekken de spanning van Abram en Lot.
Aan ons is de ‘volmacht ‘ gegeven om als Ruth en Naomi en Boaz hier een maaltijd te houden van vreugde: de ontvanger herstelt de waardigheid van de deler!

Amen.

ZONDAG  31 mei 2020

Ruth 1: 7-8 , 15-17  en  Handelingen 2: 1-4

OVERDENKING VAN 31 MEI 2020: PINKSTEREN.

En Ruth zei: Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God…

BESTE KIJKER,

Zie je ze voor je: drie weduwen op reis: Naomi en haar schoondochters, ook weduwen Ruth en Orpah. Vanuit de vlakten van Moab reizen zij terug naar Bethlehem, de geboortestreek van Naomi. Bij de grens gekomen, dringt Naomi eropaan bij de schoondochters: ga naar jullie familie terug! Daar heb je meer kans om opnieuw geluk en liefde te vinden, wellicht een warm gezin te sticht! Tot drie keer toe herhaalt Naomi deze boodschap. Orpah keert terug naar haar familie, Dan volgt een nieuwe pijnlijke afwijzing van Ruth door Naomi: nu ga jij toch terug naar je familie, naar je goden. Denk maar niet – zegt ze spottend – dat ik zelf nog een voordeel voor je in huis hebt. Mijn volksgenoten in Bethlehem zullen je zien komen, Ruth.

… Alsof Naomi wil uitproberen of Ruth misschien afhankelijk is van haar? Ben je zelf iemand Ruth? Of zoek je ergens houvast buiten wie jezelf bent? Maar Ruth gaat mee. Er wordt ons niet verteld waarom Ruth desondanks meegaat. Wat haar beweegt… Haar motief om toch mee te gaan moeten we afleiden uit haar belijdenis: jouw volk is mijn volk etc.

Naomi is een verarmde weduwe, ook nog eens met verdriet, bitter verdriet want haar man en haar twee zonen zijn overleden. Toch gaat Ruth mee; jouw volk is mijn volk, jouw God is mijn God; overnachten en begraven, ik ook: wat een verbondenheid, wat een wederzijdse erkenning. Getweeën gaan zij verder. Zij voelen zich veilig en geborgen bij elkaar. Ja dan zien we een volwaardige en een gelijkwaardige, zelfs geëmancipeerde band ontstaan. Onder de oppervlakte van hun woorden schuilt een persoonlijke kracht, opgebouwd in het verwerken van tegenslagen, teleurstellingen en dood zelfs. Beslist geen meeliften op het succes. Na misoogsten en wegvluchten, met ziekten en overlijden, vervolgens het afblazen van een hele emigratie, keren de dames terug met teleurstellingen. Maar Ruth kiest zelfbewust, uit vrijheid, uit spirituele kracht.

Nu zijn er in iedere familie – soms knap verborgen gehouden – periodes van tegenslag, financieel, relationeel, verzin maar. Openstaande rekeningen die kunnen worden doorgeschoven. Laten we niemand daarom veroordelen. En toch kiest Ruth volledig voor Naomi, en haar volk, haar God. Heeft Ruth een lichtje in de ogen van Naomi heeft gezien? Een pinkstervuur?

Ligt daarin het antwoord? Naomi’ s volk, haar God, haar manier van leven en sterven brandt een vuur van de Geest Gods? Opvallend is dat Naomi geen rancune heeft opgebouwd naar mensen: Haar teleurstelling wordt niet afgewenteld op de Moabieten, op de kapitalisten, op de mannen (Haar man Elimelek) of op een vaag of duidelijk noodlot dat uit zelfmedelijden zegt: we zijn een zielig dubbeltje. Naomi blijft vooral waardig en menselijk.

De schepping Gods kent tijden van voorspoed en succes, tijden van schaarste en droogte; tijden van overwinnen op ziekten en tijden van strijd met ziekten. Beide zijn een uitdaging voor samenwerken en ons karakter. Bij onbehagen, tegenslag of ziekten is het de bedoeling om geen zondebok zoeken, maar wel is het mogelijk om geloof en karakter te tonen door de kleine dingen te doen die te doen zijn. Ja zegt Naomi: ik ben bitter verdrietig, maar gun jullie het beste, ikzelf keer terug naar Bethlehem, mijn hart blijft verbonden met mijn volk en met mijn God. Eerlijke, echte woorden zijn het. En die inspireren mij. Mensen en volken zijn verschillend: dat is goed. Gun elkaar wat. Schaarste en overvloed zijn beide een opdracht: om verbonden te blijven met volk en met God. Beide dagen ons uit om te ontdekken wat van werkelijke waarde is, hoe wij volwaardige en geëmancipeerde mensen kunnen zijn in verbondenheid: de twee vrouwen Ruth en Naomi inspireren ons ook nu nog. Zij reizen verder. Ruths keuze voor Naomi, haar volk en haar God is een moment van bevrijding geworden (want niet afhankelijk van iemand in Moab of misschien in Bethlehem om mij gelukkig te maken), emancipatie (jij bent jij en ik ben ik) en van zelfontplooiing: mijn keuze nu belooft nog meer keuzes in vrijheid… Voor Gods aangezicht.

Inderdaad, eenmaal in Bethlehem zal Ruth haar inbreng en karakter tonen, om te beginnen in hele kleine dingen, bijvoorbeeld het aren lezen. Zij kiest in het nieuwe besef te leven als vrouw deel van Gods volk.

Pinksteren was ook een landbouwfeest. Eerst was Pinksteren het moment waarop men ‘De Eerstelingen’ van een boom of akker met tarwe, het eerste nieuwe tarwebrood, met bloemen in een mand deed en naar het huis van God bracht. Laat de eersteling aan God zien, neem niet alles voor jezelf maar laat ook wat liggen op de akker of in de boomgaard (zie Leviticus 23). Ruth stelt voor: zal ik een boer zoeken die dit leuk vindt: om wat te laten liggen aan tarwe, en zal ik een brood maken voor jou, Naomi…?

Het is geen groots spektakel, zoals wij ons kunnen voorstellen dat Trump en Xi harmonie en vrede vinden, met een maanreis, of de Nobelprijs voor geneeskunde ontvangen want alle virussen zijn in bedwang…

Maar twee weduwen die spreken over het plezier in de ogen of het hart van een man door het vinden van korrels of aren van tarwe op de akker voor Gods aangezicht, een opdracht van Mozes uit Leviticus 23: 22 in verbinding met Pinksteren!

Ik vermoed dat Ruth zoiets ontdekt heeft. Vreugde in de opdracht. In waarheid en in verbondenheid blijven spreken, zoals Naomi. Die zijn teken van het vuur van de heilige Geest, dat ons niet verbrandt, maar wel inspireert. Het vuur van Pinksteren bevrijdt ons van giftige afhankelijkheden, dit vuur emancipeert tot zelfbewustzijn, dit vuur mag ons tot ontplooiing brengen. Gods grote daden zien in de kleinste korrels tarwe die een brood vormen om samen te eten.

Pinksteren schenkt dit vuur ons nu, zoals ooit in Handelingen 2, of bij Elia en Mozes, of vervolgens tot 2 maal met het volk Israël. Tot op heden. Gezegend Pinksteren.

AMEN.

ZONDAG  24 mei 2020

Numeri 2: 31-34 en Johannes 14: 15-26

Beste kijker,

Deze zondag heet de weeskinderenzondag, omdat Jezus zegt tot zijn leerlingen: mijn leven op aarde stopt, jullie, de leerlingen, moeten nu zelf verder zonder mij. De tijd van afscheid nemen komt, van loslaten, van rouwen en van verder gaan met het gevoel nu een weeskind te zijn… Toch laat ik jullie niet als weeskinderen achter. Een nieuw vertrouwen zal groeien: Gods Geest zal jullie op nieuwe wijze nabij zijn.

Op advies van de psychiater Gersons, adviseur van onze regering, geven we deze zondag aandacht aan gevoel van rouw, boosheid en verdriet. Door de opgelegde en noodzakelijke geachte beperkingen moesten we strikt afstand houden, thuis blijven, het samenkomen in kerkdiensten, hotel, restaurant en dergelijke plotsklaps stopzetten. Het meest pijnlijk voor mij was het verhaal van een dochter van een overleden vader in Hasselt. Afscheid nemen, de uitvaart, de rouwdienst in de kerk, alles voor haar en haar familie werd op een even afstandelijke als onnatuurlijke manier afgehandeld. Het deed veel pijn, afgewisseld met boosheid en verdriet. Zo is het vaker gegaan in ziekenhuizen, tehuizen, of thuis.

Of je nu week in week uit op de toppen van je kunnen moest werken in het ziekenhuis, of in de stilte thuis via de televisie de eindeloze stroom berichtgeving volgde, een vreemd en verdoofd gevoel raakte ons hoegenaamd allemaal. Verdoving of verbijstering, ‘dissociatie’ helpt ons om gewoon door te gaan, in de hoop dat we op een later tijdstip kunnen gedenken wat ons overkwam in maart 2020, voor Nederland het begin van de Corona-crisis.

We steken een kaars aan en luisteren naar een lied; NLB 598 ‘als het duister komt, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft…’.

De schrijver Arnold Cornelis heeft in zijn studie ‘De Logica van het Gevoel’ onze gevoelens in kaart gebracht. Bij grote veranderingen maakt ons gevoel vaak een drieslag: eerst verdriet, vervolgens boosheid en tenslotte angst. Verdriet omdat we een verlies incasseren: we raken een vertrouwde manier van leven kwijt. Reizen, samenkomsten aanraken: ineens weg.

Daarna komt boosheid: waarom geen mondkapjes? Wie maakte de fout? Zijn er profiteurs, wie zijn de slechteriken? De chinezen? Welk land doet het beter? Wie houdt wat achter…? Ziet men niet dat eigenhandig opgebouwde bedrijven zomaar moeten stoppen? Zijn waarschuwingen vooraf niet in de wind geslagen? Kan het niet anders, niet beter? Dan kan men een zondebok zoeken en dood maken, om van deze vragen verlost te worden. Beter is de vragen uit te houden.

Tot slot voelen we onder de tranen van het verdriet en onder de boosheid met allerlei verwijtende vragen, angst schuilgaan: Premier Rutte verwoordde dat zo: we weten nog niet zoveel, toch moeten we allemaal besluiten nemen… Geen controle, geen zekerheid en geen houvast…

In een open samenleving mogen al deze vragen en gevoelens worden geuit, doorleefd, zonder pasklare antwoorden, methoden of technieken.

We branden een kaars voor onze opwellende tranen, voor onze soms boze vragen en protest en uiteindelijk voor bestaansonzekerheid en angst, alsof we moeten lopen op water in het halfdonker…

Als het duister komt, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft

In het evangelie opent Jezus voor zijn vrienden en de leerlingen een weg om te gaan. Deze weg begint met een opdracht of gebod. Wie mijn geboden bewaart, die ontvangt bemoediging en steun van Christus zelf, ja van God.

Wat is het gebod? We vernemen die opdrachten of geboden duidelijk verwoord in de boeken van Mozes, de kern ervan is de opdracht tot of het gebod van de Liefde, de beweging van geven en ontvangen.

Het gebod of de opdracht werkt als een draadje, een verbindingsdraad: een draad naar andere mensen die zich aangesproken voelen en willen doen en luisteren en toepassen. Ik heb iets gehoord, kan ik ook wat doen?

Het gebod of opdracht is ook een onzichtbaar draadje naar Iemand die de opdracht geeft: God. Het verbindingsdraadje geeft ons vertrouwen van van Boven: Deze wereld is mijn schepping die nog niet klaar is; een draadje naar de toekomst. Mijn opa was smid die ankers maakte; met kettingen en met een lier. Gebod is als een anker uitwerpen naar de toekomst. De stromingen in de rivier zijn gevaarlijk, maar een anker schept een houvast, je kan even uitrusten, op krachten komen en dan de reis vervolgen.

Een gebod is ook een verhaal, een overtuiging. In Numeri lezen we van tellen en meten, de mensen ordenen in stammen, met vlag en met roosters en bijdragen, met een ordening in de tijd en de ruimte ..

Tegelijk wordt Levi niet geteld. Levi is voor onderwijs, voor coaching, voor aandacht, voor het zoeken naar verhalen van troost, voor vertrouwen winnen in Gods beloften. Zo zal het gevoel van verweesdheid worden omgezet in vernieuwd vertrouwen. De Heilige Geest wordt geschonken aan wie willen ontvangen voor de verdere levensreis.

AMEN.

ZONDAG  17 mei 2020

In de bepalingen wandelen… Leviticus 26

Beste kijker,
Op 2 plaatsen in de 5 boeken van Mozes wordt de taal van Mozes erg dreigend. Na een korte beschrijving van de positieve gevolgen als we de opdrachten aannemen (Leviticus 26: 3-13), volgt een veel langere bedreiging: De woorden van Mozes spellen onheil bij hoogmoedige weigering de opdrachten van de naasteliefde toe te passen (Lev. 26:14-44 en Deuteronomium 28: 1-14 en 15-68). Deze dreigende taal wordt nooit voorgelezen in de kerk, en in de synagoge alleen op zachte toon. Maar hebt u het gehoord? In deze tijd van Coronaviruscrisis moest Rutte bij herhaling ons op teevee streng toespreken. Blijf binnen, geen grotere groepen, houdt afstand en handen wassen!! Houdt u aan deze bepalingen, anders volgen er rampen: de zorg raakt overbelast, te veel mensen kunnen ziek worden zonder goede ziekenzorg! Pittige geldboetes en gevangenisstraffen worden opgelegd bij overtreding! Een brommende burgemeester met de naam Brul onderstreepte de woorden. De taal werd ineens heel bijbels, alsof Mozes zelf sprak!

Daarbij kwam nog een tweede les. Inderdaad, de meeste mensen deugen (Rutger Bregman) en volgen de aanwijzingen, om met elkaar de crisis te doorstaan. Tegelijk zijn er altijd een uitzonderingen. Niet velen, maar wel druktemakers die overtreden en zo een gevaar vormen voor anderen. Dan moet de goedwillende meerderheid er vanuit kunnen gaan dat deze overtreders snel worden gecorrigeerd; aangepakt door de politie en burgemeester Brul.
Anders brokkelt het vertrouwen af, wordt het ieder voor zich met grote kans op strijd, wantrouwen, angst en achterdocht. Mozes gebruikt hiervoor zelfs een woord dat hij 7 maal gebruikt. Het is moeilijk te vertalen en betekent zoiets als impulsief en bij herhaling (qeri); of hardnekkig arrogant. Eerst is er impulsief een overtreden van de aanwijzing, vervolgens bij aanspreken door medemensen of politie is er een smoes, een excuus, en herhaalt het negatieve gedrag zich.

Dit gedrag kan soms bij alle mensen wel eens voorkomen. Op onverwachte momenten, ook als het geen crisis is. Paulus zegt dan: ik heb altijd in mijn hoofd de beste voornemens en de mooiste ideeën, alles is genade en liefde en vriendelijkheid; en toch plopt er opeens de kleine driftkop in mij naar buiten en maakt ik een onverkwikkelijke ruzie! Petrus, Jacobus, Barnabas, in talloze synagoges en anderen…  Petrus zegt dat dan ook: wat is die Paulus een ruziezoeker…wat  is hij een moeilijk mens zeg!!
Zelf vind ik nu voor mij het omgekeerde; dat goed en helder spreken een uitdaging vormt. Een beetje mee praten, niet helder genoeg, en een enkele keer weer te scherp!
Ik denk dus dat we allemaal wel iets hebben…
Hoe hiermee om te gaan?

  1. Mozes in Lev 26 is dan een bemoediging en een troost. Hij legt uit dat wij binnen het verbond altijd mogen vertrouwen op de relatie met ‘God’. Mensen , ik heb geduld met jullie een leven lang; binnen het verbond! Als je oplet zul je meevallers en tegenvallers ervaren. Ga dan op naar wat werkt en naar wat een negatieve feedback is. Ook zo’n negatieve feedback is toch positief, want zo kan je iets corrigeren.  Aanvaard dit verbond als ook een vorm van beloning en bedreiging. Aanvaarding en bevrijding. Op een gegeven moment mogen we de tijd van slappe smoesje en excuses loslaten. De beloning is mijns inziens vooral een vorming van je karakter. Dat noemt men tegenwoordig het opbouwen van zelfrespect. (Lev 26: 13 noemt het ‘rechtop gaan’).
    In onze tijd wordt de enige bron van morele kennis vaak gevonden in ‘slachtofferschap’. Kennis van goed en kwaad kunnen we dan halen bij slachtoffers. Nu in deze coronacrisis  zou de motivatie voor de zelfbeperkingen van de quarantaine zijn alleen omwille van de zielige zwakkere ouderen of andere mogelijke kwetsbaren. Dat is zeker van belang, maar uiteindelijk leidt slachtoffer-denken tot een tweedeling: sterken en zwakkelingen, ouderen tegenover jongeren; armen tegenover rijken, wit tegen zwart; man tegenover vrouw etc. Leven wordt dan strijden en oorlog voeren.
    Binnen de verbond is er een andere bron van morele kennis; Er is een verbond met het oog op naastenliefde als voor jezelf. Deze opdracht nodigt iedereen binnen het verbond uit om mee te doen. Antwoord te geven en een keuze te maken. Deze keuzevrijheid schept verbondenheid, acht  zelfontplooiing mogelijk, en ontwikkeling, wil problemen oplossen met elkaar, een ieder mag mee praten, schept en ruimte en vrijheid, en zal zo overvloed scheppen en delen, nieuwe kansen gunnen.
    Niet meer denken in tweedelingen van slachtoffers en daders, naast onverschilligen…
    Maar zoekt vooral omkeer en  wil groeien in liefdewerken; en ja wie buiten het verbond raakt, en hoogmoedig impulsief doorgaat, ondervindt correctie… Uiteindelijk zoekt het verbond de inbreng van een ieder, met elkaar kunnen we het redden.
  1. Jezus geeft daarvan een haarscherpe definitie. Stap voor stap in je leven kunnen wij de geest der waarheid ontvangen. Gaat niet even snel, zo we hebben de waarheid in pacht…
    Belofte en dreiging zijn in verbond daarin noodzakelijk: een eeuwige stem spreekt tot ons persoonlijk in wat wij doen: Ik hou van je als volwaardige mensen, ik heb een leven lang geduld met je en ik laat je – dag voor dag en stap voor stap – delen in mijn waarheid. Weet dat daarin een betrouwbare troost voor je hart te vinden is.

ZONDAG  10 mei 2020

OVERDENKING

Geloven en werken doen die Jezus deed… (naar Johannes 14: 12)

Beroemde woorden zijn het geworden in onze traditie: in huis mijns Vaders zijn vele woningen. En vele malen heb ik deze woorden mogen toepassen bij mensen die zich voorbereiden op het einde van hun leven. Langzaam dringt het besef door dat een mens – weliswaar stapje voor stapje – van alles moet loslaten, dat veroorzaakt vaak angst en verbijstering. Maar deze woorden uit het evangelie: er is een huis van de vader met plaats voor velen, want vele woningen zijn daar – geven bijna altijd een moment van troost. Ze bieden uitzicht op een huis, een thuis zelfs, waar plaats genoeg is, ook voor een mens die met lege handen aanklopt, die worstelt met het loslaten van familiebanden, van aardse bezittingen of verdiensten, ja, uiteindelijk van je leven …
Deze zelfde woorden hebben ook voor veel debat – en ook strijd – hebben gezorgd. Jezus zegt: ik ben de weg, de waarheid en het leven, Niemand komt tot de Vader dan door mij… (14:6). Deze woorden gaven aanleiding om de waarheid als een absolute mening of een heilige geloofsovertuiging in bezit te hebben. God bereik je dan via deze mening! Dan heeft iemand de waarheid in pacht, en de toegang tot het hiernamaals. Symbool daarvoor zijn twee sleutels. De sleutel van de ware zuivere ‘kerkdeur’ op aarde en de sleutel van de deur van de hemelpoort. Als predikant op de Hollandse eilanden heb ik aan het ziekbed of in de woonkamer de angst van mensen gezien. Ze worstelen met de vraag: heb ik de sleutel van de geloofswaarheid? Ben ik op de goede weg? Zal ik eeuwig leven?

Nu wil ik de woorden van Jezus verbinden met de actualiteit. Van de Corona-crisis. Vandaag de dag is van alles onzeker geworden… dwars door alles heen heeft de corona alles onzeker gemaakt. Wetenschap, techniek, financiën, economie, de statistiek met de kansberekening van Jaap van Dissel en de zijnen wordt constant ondervraagd, en steeds is het antwoord: we denken misschien de helft te weten… We zijn onzeker en toch moeten we beslissingen nemen… Onze kerk zegt met de beste bedoelingen: Oefen maar met de kerkdienst voor minder dan 30 mensen.. Oefenen? Risico nemen met mensenlevens? Ja dat is nodig, maar tevens een uiting van de onzekerheden.
Hoe kunnen we niet al te bang worden in deze onzekerheden?
Dwars door alle plannen en begrotingen heen is een grote stoorzender gegaan. Men noemt dat een zwarte zwaan die dwars door alle plannen en begrotingen heen vliegt en verstoort…
Hoe niet al te bang worden in onzekerheid? Het evangelie reikt 2 hulpbronnen aan.

  1. Geloven, vertrouwen. Dat betekent nu in deze tijd het aanvaarden van onzekerheden, en toch een weg gaan. Rab Jonathan Sacks zegt: is dat niet geloven?: leven met onzekerheden en toch gaan.
    De tekst speelt met woordje huis des vaders. Abram en Sara gaan op weg uit oude vertrouwde zekerheden. Hun land, hun afkomst, hun familie, en gaan op weg in onzekerheid… Zij verlaten schijnzekerheden.
    Toch is het eigenlijk niets nieuws. Het verhaal van Abram en zijn vrouw zijn ons juist verteld omdat oude zekerheden altijd verdwijnen, steeds weer. Ga op weg uit je land, richt je niet op je afkomst en verlaat je vaderhuis, dat is eigenlijk normaal…Jezus weet dat heel goed. Daarom bereidt hij zijn vrienden voor. Nu ben ik er nog voor jullie, als rabbi, zelfs als waarheid, weg en leven; maar binnenkort ben ik er niet meer. Ik ga heen naar het huis des vaders.
    En jullie gaan verder, maar zonder mij …
    Hoe? Volledig van slag? Wanhopig? Angstig? Volledig uit balans…Ja! Toch wel onzeker, en soms heel angstig is dat…
    Maar in mijn leven heb ik vaker onzekerheden gevoeld, ontdekt dus dat ineens de grond waarop ik sta drijfzand kan zijn… Help ik zink weg, dacht ik…
    Hoe dan verder? Er was zeker angst; en dan toch verder gaan, dat is geloven, vertrouwen. Merkwaardig dat alles kwijtraken de mogelijkheid heeft om vertrouwen te vinden in je levensweg. Vertrouwen aldus op de Ene met iedere volgende stap. De God van Abram en Sara, de God van Jezus. Opeens is er de ontdekking: Ik leef: mijn bloed stroomt, mijn ademhaling, mijn gedachten, wisselende gevoelens stromen, Het leven zelf is een groot geschenk: een ongehoord wonderlijke genadegave. Zelfs de regen is een groot wonder genadegave…
  1. Je kan werken Gods doen… Zelfs meer dan Jezus deed. Wat is dat bemoedigend! Als Jezus tot zijn vrienden zegt: ik heb er vertrouwen in dat jullie aan de slag gaan! Met de werken Gods. Wat zijn werken Gods? Vanuit je mogelijkheden voor de mensen om je heen, voor je land en voor de wereld. Werken doen, In de aanwijzingen ten leven van Mozes worden ze volop genoemd. Die zijn nog altijd maatgevend, normatief. Wat mij betreft. Zo begint het evangelie van Johannes (1): de tora is door Mozes gegeven, die we mogen vullen en toepassen met genade, met leven, met waarachtig

Iets positiefs doen: een boom planten, of een kaartje sturen, of wat ons maar past.
Het vertrouwde huis van gisteren verdwijnt, maar het huis van God voor Israël en alle volken is al klaar, wij kunnen nu al iets daarvan laten zien. Laten we meedoen.

ZONDAG  3 mei 2020

OVERDENKING BIJ JOHANNES 10:1-10

Beste kijker, luisteraar,

De goede herder, deze eretitel wilden koningen, keizers, bisschoppen en anderen in leidinggevende posities graag ontvangen: je bent een goede leider!
Een goede herder /leider kan goed leiding geven aan het bedrijf, de gemeente, een kerk, etc. Juist in onze dagen van de corona-crisis is goed leiderschap van essentieel belang: zo houden we vertrouwen in de toekomst, in de dag van morgen. Nu moeten we nog over een nauw pad, zoals een bergbeklimmer soms langs een ravijn moet lopen over een smal paadje, iedere stap is belangrijk! Om weer een veilig en goede weg te vinden, zoals de goede herder de kudde leidt naar een groene weide of naar zoet en helder water.

Jezus vergelijkt zo de goede herder met een deur die naar de toekomst openblijft. Wat belangrijk dat de beslissingen die worden genomen zijn bedoeld om veilig en wel de dag van morgen tegemoet te zien, toekomst en hoop te houden.
Wat is ervoor nodig om hoop op de dag van morgen te houden? Er zijn heel veel redenen te verzinnen met ons verstand om eerder met zorg en angst vooruit te kijken… De bedrijven dan? Kan het virus weer de kop opsteken? Werk en inkomen? Jongeren en ouderen?
Zelfbewust zegt Jezus, ik ben de goede herder, ik ben de deur naar de dag van morgen; bij mij is er hoop en toekomst!
Ik vraag me af: wat is er dan zo goed aan deze herder? Dat de deur bij hem open is naar de dag van morgen?

Merkwaardig is bijvoorbeeld dat de bijbel vertelt, in het Johannes-evangelie dat Jezus wegloopt als de mensen hem koning willen maken! Jezus zorgt voor brood en voedsel zekerheid, maar als de mensen zeggen ‘word onze koning!’, dan vlucht hij weg! Ja zelfs nog meer dan dat: tegen zijn 12 vrienden zegt hij: gaan jullie ook maar weg! Zoek je eigen weg. (Aristoteles deed het omgekeerde; zijn leerlingen betrapten hem terwijl hij misbruik maakte van slavinnen. Blijf gerust mijn leerlingen, zei hij, want mijn ideeën en woorden zijn wel waar).
In een ander evangelie zijn de 12 discipelen ministerposten aan het verdelen, voor het geval het hemelse koninkrijk of de staat Israël onder leiding van Jezus wordt hersteld. Maar Jezus zegt: hou daarmee op; ik ben nog als een lerend kind, en jullie ook. Voorlopig geen ministerposten dus!

De eerste les van deze goede herder schijnt te zijn het terug deinzen voor leiderschap over andere mensen. Worden als lerende kinderen!!  Wie zich niet als lerend kind beschouwt, is al snel een rover of een dief…op zijn best een betaalde een huurling…
Nou, hoe vaak hebben we niet gehoord: we zoeken een leider met 5 poten, met enorm charismatische mond, die vooruit weet dat enorme welvaart en rijkdom, geluk en eeuwig leven met schone natuur net om de hoek op ons wachten! Geen vragen stellen, maar volgen. Dat liep vaak op een teleurstelling uit.
Een deur is een goede leider. Als een deur: om door naar binnen te gaan en om door naar buiten te gaan. Naar binnen om te overnachten en ’s morgens naar buiten om hard te werken…
Ik heb een keer een uitvaartdienst geleid van een oude moeder. Haar kinderen vertelden alleen maar positieve verhalen over hun moeder. Haar man was eerst landarbeider, later in de vlasfabriek van ’s-Gravendeel werkzaam. Zij had geen betaalde baan. Maar alle zes de kinderen hadden alleen maar lof. Via familie en kerk was ze bedreven in punten en zegels sparen. Met ruilen, naaien en koken was er voor de kinderen op zondag na de kerk iets lekkers, op verjaardagen iets leuks, evenals met sinterklaas of met feestdagen. Niets geen aanmerking? Vroeg ik? Neen niets. Een goede herderin was ze, zogezegd, als een deur voor haar kinderen: fijn thuis komen in de avond en fris aan het werk gaan in de ochtend.

Zo kunnen we ook verhaal van de bruiloft te Kana lezen. Een mooi bruiloftsfeest was het. Het bruidspaar met een prachtige dag, de familie en vrienden waren blij, alles was goed afgelopen, de ceremoniemeester wist zich nuttig, er was voldoende eten en bovenal het symbool van de vreugde: veel goede wijn! Een overvloed aan goede wijn! Zonder kater en nare dronkenschap of nare ruzies… Eigenlijk was iedereen een deur voor elkaar. Met hoop en goede moed voor de toekomst.
De goede herder en de deur, ik vertaal deze gelijkenis zo: waar mensen zich inzetten om leven en overvloed van leven voor elkaar scheppen, daar zijn zij als herder en deur voor elkaar.
Nog iets over dat woordje overvloed. Dat woordje treffen we vaker aan in NT. Bijv Matt 5: 20 en 47. De gemeente zoekt als doel het meerdere of het overvloedige. Bijvoorbeeld overvloedige gerechtigheid. Mattheus 5: 47 wijst op de mogelijkheid niet alleen bekenden of vrienden te groeten. Bonhoeffer zegt: dat is Jezus zelf. Van Gennep: via het kruis redt God het vege lijf, daarna volgt de opstanding, dat is het overvloedige.
Lev. 19 geeft twee voorbeelden van overvloed. Je komt wonen in een land met vruchtbomen, en toch plant de nieuwe bewoner zelf ook een vruchtboom. Je woont in een land en een goedwillende vreemdeling wil bij je wonen: aanvaard haar of hem; (wijs overigens kwaadwillenden af, autochtoon of vreemdeling.)
Nu is de opdracht om te troosten en bemoedigen, tevens om plannen voor morgen te maken. Dat is een vorm van verantwoordelijkheid, in de zin van goed herderschap. We willen geen toeristen of gasten zijn die als het ons niet naar de zin is, onze handen ervan af trekken en verder trekken. We hebben er lol in om rentmeesters te zijn van wat ons is toevertrouwd, tevens om deuren of kanalen te zijn voor het overvloedige , zoals voor de beste wijn op de bruiloft te Kana.

ZONDAG 26 APRIL 2020

OVERDENKING NAAR AANLEIDING VAN DE NAGEDACHTENIS DIETRICH BONHOEFFER

VOORAF
Dezer dagen staan zowel in het teken van de corona-crisis, als 75 bevrijding van de NAZI-tyrannie. Vanmorgen staan we stil bij het leven en sterven van Dietrich Bonhoeffer, die 75 jaar geleden, daags voor de algehele overgave van het Naziregime werd vermoord, in persoonlijke opdracht van de tyran Adolf H. zijn naam zij een vloek, op 9 april vermoord in concentratiekamp Flossenburg. Want Bonhoeffer bood weerstand vanaf 1933 en gaf in 1944 goedkeuring aan een aanslag op Adolf H. Bonhoeffer was predikant in de Lutherse Kerk van Duitsland. Hij is geboren 1906 in Breslau. Daarmee is Bonhoeffer een exacte tijdgenoot van de Groninger dominee August Henkels en zijn makker Hendrik Werkman, die wij als It Keningsfjild gedenken met het kunstwerk ‘de vallende man’ in de Mande.
Deze predikanten, met kunstenaar Werkman hebben op beslissende momenten de goede keuzes gemaakt, ja achteraf beoordeeld. Op het moment zelf was de meerderheid van kerk en samenleving op een ander spoor. Berucht is de Lutherse Kerkendag in Dresden in 1937. Daar werd Adolf H. enthousiast als nieuwe verlosser bezongen en aanbeden. De kerk was gezuiverd van alle Joden, Jezus werd tot raszuivere arier omgebouwd, de bijbel en liederen werden veranderd: woorden als Israel, Zion, Jeruzalem of heil uit Joden werden geschrapt.

Mijn vraag is hoe maakten Henkels en Bonhoeffer hun keuzes?
Wie is Bonhoeffer? Wie ben je?

Ellie leest Johannes 21, met dezelfde vraag…

Hoe komen Bonhoeffer en Henkels/Werkman tot hun keuzes?
Bonhoeffer is geboren in de hoogste kringen van de Duitse maatschappij. Zijn tweelingzus vertelt over hun onbezorgde jeugd, met kindermeiden, keukenmeiden en ander personeel. Vader is professor, arts en psychiater. Hij kan met een oogopslag het huis regeren. Moeder is onderwijzeres, houdt ieder kind in het oog. De eerste persoonlijke keuze van Dietrich wordt zichtbaar bij de Konfirmation (12-14 jaar; overstap). Hij heeft contact met predikant om de Bijbelstudie, doet belijdenis, en wil iedere zondag kerkgang. Alleen zijn moeder gaat met hem mee. Hij zet door, gaat theologie studeren in Tuebingen en Berlijn. Al kunnen zijn vader en broers er niet in mee…. De kerk is toch in verleden tijd, wie doet de deur dicht? Voor Bonhoeffer breekt de tijd aan van studie, doceren, congressen, conferenties en prediken, ook in plaatsen als Barcelona, London en New York. Hij vindt het boeiend, interessant, mooi en enerverend. Dan komt er een tweede keuzemoment. Met Adolf H. breekt de kerkstrijd los in 1933. Meedoen met H. of niet? Iedereen moet kiezen. Bonhoeffer kiest voor de kerkgemeente die in openheid en vrijheid luistert naar Jezus Christus, in lijn met Mozes de profeten, naar het Woord van de Levende God. De bekennende Kirche ontstaat met een Predikant -NotVerband. Zo wordt Bonhoeffer rector van de opleiding tot predikant.

De kerkstrijd is het laatste oordeel van de jongste dag, zoals in Openbaring en elders wordt beschreven.
De neerslag van zijn gesprekken en spreken in Finkenwalde met de predikanten in opleiding heet Leven met elkaar. Hij gaat bijv in op enkele klagende predikanten tot God en elkaar over hun werk. Bonhoeffer reageert streng: geen geklaag, nimmer.

  1. Luister naar God, lees je bijbel en mediteer.
  2. Dankgebed! Wees God dankbaar voor iedere dag, voor problemen en voor alle gemeenteleden!!
  3. Werk ijverig.

Een gemeente is geen wensdroom van ideale mensen voor leuke ervaringen en fijne belevenissen. Een gemeente is daar waar men naar het levende Woord van God in Jezus Christus wil luisteren. Want allen hebben nodig vermaning, bemoediging, correctie, kortom zegen. Basta. Bonhoeffer publiceert prachtige geschriften uit die tijd, want ze zijn de neerslag van levende ontmoetingen.
In de geschriften van Bonhoeffer staan geen theologische nieuwigheden. Toch raken ze me diep in het hart, want ze zijn de neerslag van een steeds opnieuw zoeken van de levende ontmoeting met Jezus Christus, het woord van de God van Mozes en de profeten, in het midden van de gemeente. (Of onder dwang in de gevangenis als hij alleen is, verschijnt na de oorlog Widerstand und Ergebung). Ja, steeds duiken in onszelf of in deze wereld problemen, angsten, ontwikkelingen op. Bij Bonhoeffer was er angst voor water om zwemmen te leren in zijn kindertijd, later was het de verzoeking om zwart geld weigeren voor de auto-examinator in New York: 5 x moest hij rij-examen doen.  Of als gevangene van de Gestapo bij de keuze blijven van verzet.
Steeds benadrukt B. dat het luisteren van de gemeente naar de Christus als het levende woord van God bij ons onze geest levend maakt, wakker maakt: met vrijheid, met de keuze de werkelijkheid te aanvaarden als opdracht en roeping, om antwoord te geven op de uitdagingen van het moment.
Zo is het verhaal van de visvangst ook te lezen. De vissers vissen zonder vangst, maar na de aanwijzing om toch door te gaan, vissen zij met vangst door het net aan de andere kant – de rechterkant – uit te gooien, 153 grote vissen (153: 1 + 2+3 + etc tot en met 17=153).  We kunnen ons verwonderd afvragen: wie ben je?
Er is een treffende gelijkenis van Bonhoeffer met predikant August Henkels en zijn vriend Werkman in Groningen. In de dertiger jaren komt M. Buber naar Groningen. Hij vertelt van zijn verzameling van de Chassidische vertellingen, die weer verbonden zijn met Mozes en de profeten, met Israel, Zion, Jeruzalem, en voor ons met Jezus. Die vertellingen maken in Henkels zelf een levende geest wakker. Hij blijft bij zijn vrijheid, zijn vriend Werkman eveneens.
Wij vieren 75 jaar bevrijding, wat doet dat ons, hier op deze oude plek…? Wat mij betreft is onze bijdrage als gemeente duidelijk: een ruimte scheppen om te luisteren naar het Levende woord dat van Jezus, en van Mozes en van de profeten. Die ontmoeting kan ons levend en wakker maken, vrjj maken. Zo’n open ruimte nodigt uit tot bewustwording. Die ruimte van het Woord troost, bemoedigt, doet de zonde van de tyrannie en de hoogmoed kennen; en biedt de mogelijkheid tot vergeving, verzoening, ommekeer, liefde, leven, leven in overvloed, en ja eeuwig leven, zodat de angst van de dood ons niet zal overwinnen. Zo gedenken we in dankbaarheid en tot zegen deze namen van Dietrich Bonhoeffer, August Henkels en Hendrik Werkman.

ZONDAG 19 APRIL 2020

Mattheüs 14: 22-31a  Willibrordvertaling 2012

Geliefde tochtgenoten,
Sta je nog ?  Hoe is het met de zeebenen? Houden ze het nog? Heb je nog houvast? Sta je nog wel stevig temidden van al wat waait en woelt om je heen?
Lukt het je nog om overeind te blijven en je een weg te banen ?
“Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een wegbaant?  “  Dat regeltje, dat komt nogal eens op in mijn gedachten, de laatste weken…
We hebben tegenwind, en we moeten sterk zijn; het gaat allemaal bepaald niet vanzelf.
Ik kan niet meer op de automatische piloot; ik kan niet meer volgens mijn  routines te werk gaan… de vanzelfsprekendheid en het bekende is kwijt waardoor het leven veel intensiever, veel meer bewust op me af komt….herkent u dat? Je moet zelf die weg banen…
Het is heel bijzonder: door de dreiging van het virus zitten we allemaal in het zelfde schuitje, wereldwijd.
Nou ja, eigenlijk mag ik dat helemaal niet zeggen want dat is natuurlijk maar heel gedeeltelijk waar. Die dreiging van het virus: die voelen we allemaal.
Deze week zei een angstige oude man tegen me:” ik heb hard gewerkt; ik heb veel geld bijeengebracht; maar wat heb ik er aan? Mijn gezondheid kan ik niet kopen en mijn vrijheid krijg ik er niet mee terug”.
Maar gedeeltelijk is je bescherming wel degelijk afhankelijk van je positie en je geld: ben je arm of rijk, woon je in een sloppenwijk in Afrika of op het Friese platteland?
Maar toch: we herkennen ons  in het beeld : Het is zwaar weer, de wind is tegen; niet zomaar een beetje, nee: we hebben het flink te verduren: we zitten in een wankele positie, we zijn losgeraakt van het vertrouwde, hoe langer het duurt hoe verder we af komen van  de vaste wal , die de stevigheid  in ons bestaan was.
Tjonge, we waren ons dat nooit zo bewust, hoe fijn het is om vaste grond onder de voeten te hebben. Wat een rust geeft dat. Ja, bootje varen is leuk, hartstikke leuk, maar je wilt graag weten wanneer je weer aan wal kunt. Enne; hoe is het daar , aan die overkant? Hoe ziet het leven er straks voor ons uit?
We voelen ons door alle onbekendheid met deze situatie, door alle onzekerheid over de toekomst, heen en weer geslingerd als in een bootje in de storm, overal opzwepende golven en door het donker van de nacht zien we niet eens of de kust, de vaste wal waar we zo naar verlangen,  al in zicht is: Want:
Lukt het me, vrij te blijven van besmetting?
En áls ik besmet raak: hoe zal ik dat doorstaan?
Hoe lang moet ik nog dat thuisonderwijs en mijn eigen werk combineren?
Hoe gaat het straks met die nieuwe opleiding; welke moet ik nou kiezen, open dagen waren er niet…
Zal mijn baas het hoofd boven water weten te houden?
Wanneer mag ik eindelijk mijn partner in het verpleeghuis weer bezoeken? En als dat dan mag: oh, hoe zal dat toch zijn?
Zal mijn conditie nog goed genoeg zijn om die operatie te kunnen ondergaan?
Zal er grote sociale onrust uitbreken onder de armen voor wie geen vangnet is? Of is het alleen de vraag: wanneer gebeurt dat?
Gaan we terug naar hoe het was of is dit de tijd van vernieuwingen?
Is dit het begin van de eindtijd zoals aangekondigd in de Bijbel?
Vragen, vragen , vragen….
Zo onvoorspelbaar is het leven nu; en dat jaagt ons angst aan.
Het spookt om ons heen.
We zoeken houvast… Hoe weerbaar zijn wij?

Jezus had zich net gesterkt aan de ontmoeting met Zijn Vader. Daar op de berg,  alleen, in de stilte: alleen Hij met Zijn God. Om gevoed te worden. Om nieuwe kracht te krijgen en nieuw vertrouwen.
Vanuit die kracht , vanuit het vaste vertrouwen op de Liefde van God die niet loslaat, kon Jezus zich verheffen boven het woelen en waaien van al wat het leven brengt; Hij wist zich gedragen, gedragen  door de Liefde.
Zo kon Hij de angst te boven komen en boven  de macht van het kwaad Zijn leerlingen in Liefde tegemoet gaan om hen nabij te zijn en toe te roepen: Ik ben het, Ik ben erbij, ook in deze storm. Wees niet bang.
Vanuit die kracht , die verbondenheid, dat geloof en vertrouwen kon Petrus Jezus navolgen.
Doelgericht,  vol van hoop en vertrouwen kon ook hij boven de chaos en de onrust, de onzekerheid en de vragen uit, zich een weg banen; verbonden met de bron van Liefde, verbonden met Jezus op wie hij zijn blik gericht hield.
Tot hij zich liet imponeren door de kracht van de wind en de golven.

Wat zegt dit verhaal ons nu eigenlijk over “weerbaarheid”?
Petrus laat ons zien, hoe krachtig wij kunnen zijn.
Petrus weet heel goed wat hij wil: zijn doel is duidelijk: Heer, zeg me wat ik doen  moet… hij stelt zich dienstbaar op, zo kan  hij dingen doen die hij zelf misschien nooit voor mogelijk had gehouden. Zo kan hij boven zichzelf uitstijgen.
En vol van vertrouwen gaat hij dan ook, als de Heer het hem  zegt.
Weerbaarheid heeft alles te maken  met vertrouwen: vertrouwen om het te wagen.
Vertrouwen om te doen wat gedaan moet worden; vertrouwen dat je de kracht krijgt.
De kracht :
– om de ene keer misschien wel heel heldhaftig stappen te zetten; ondernemend te zijn, in actie te komen
– om een andere keer misschien juist heel geduldig, afwachtend, volhardend te zijn.
De kracht om dingen te verdragen;
De kracht om een ommekeer te maken – dingen heel anders aan te pakken, om daar het lef voor te hebben.
De kracht om met gevaar voor eigen leven bruisend van energie en trillend van adrenaline in te grijpen.
De kracht om in stilte je medemens nabij te blijven.
De kracht om je verdriet te dragen.
De kracht om bergen met werk te verzetten misschien wel voor de dorpsgemeenschap of de kerk.
De kracht om anderen voorrang te geven en  hen te dienen.
De kracht om fouten te durven maken en fouten van jezelf of anderen te kunnen vergeven.
Weerbaarheid vraagt dat je het waagt! Ja , dat je het ook waagt om toch te moeten ontdekken dat je nog niet krachtig genoeg bent.
Weerbaarheid vraagt dat je het waagt om in te zien dat je mét al je geloof, je hoop en je vertrouwen toch een gewoon mensenkind blijft, een mensenkind dat kan struikelen als íe loopt en overweldigd kan worden door de kracht van het kwaad.
Weerbaarheid vraagt  dat je het waagt om dan mild voor je zelf te zijn, je niet groter voor te doen dan je bent, en het durven uitroepen:  Here red me!
Weerbaarheid heeft alles te maken met vertrouwen; vertrouwen om het te wagen: want we weten: altijd is er die uitgestoken hand van God, die je dan  vastgrijpt.
Je kunt niet dieper vallen dan in Gods eigen hand.
Amen.

PASEN 12 APRIL 2020

Gelezen Mattheus 28: 1-10

Wat heeft geloof toch een enorme sterke kracht! Heeft een bepaalde overtuiging of geloof eenmaal in je leven (hoofd, hart , bloed !) – wortel geschoten, dan verdwijnt het niet meer zomaar.  Hoewel de vrouwen: Maria de moeder van Jezus en Maria van Magdala eerst vooral met angst en vrees naar het graf kwamen, schoot overtuiging wortel in hun hart. Nadat zij het lege graf hadden gezien en de stem hadden gehoord wortelde het geloof dat hun rabbi leefde, met een soort verheerlijkt of geestelijk lichaam. Ze melden: Onze rabbi gaat ons voor, hij zal ons zegenen zodat die zegen steeds weer doorgegeven kan worden, en ook wij nu die zegen van Jezus,  die de zegen van Mozes en Aaron is, kunnen ontvangen!
Ieder mens heeft eenzelfde kracht in zijn of haar geest , lichaam en bloed. Nog iedere dag bemerken we de kracht van onze geest en overtuigingen. Nu in de crisis van Corona eigenlijk eens te meer! Wat een bouwwerk hadden we opgebouwd met onze ‘geest’, dat zien we nu een groot deel van dat bouwwerk opeens stil staat : staatsinrichting, rechters, parlement, wetten en regels en procedures, verbeeldingen in musea, wetenschap, muziek en kunst: onze geest in onvoorstelbaar krachtig en creatief! Na de eerste schrik ben ik nu verwonderd. Het bouwwerk groeide maar door: door reizen, door internet, door uitwisseling kunnen meer en meer menselijke geesten samen werken , hele werelden opbouwen – ten goede en ten kwade, okay, maar het kan wel!
Een enkele keer ontmoet ik wel eens iemand wiens Geest verduisterd raakt, vertrouwde patronen niet meer werken, er iets verstikt, of verstopt raakt, vast loopt. Dan voelt iemand alsof de dood komt. Ik ben alle kracht kwijt, ik ben als dood , alsof ik al in mijn graf ben… Een collega overkwam het: met moeite sleepte hij zich uit bed in de ochtend naar een stoel bij de glazen deur met zicht op de tuin. Staren naar de tuin; en als dood aan het begin van avond sleepte hij zich naar zijn bed, sliep tot de volgende ochtend. Zijn vrouw probeerde alles, de kinderen hadden het al opgegeven, gingen hun eigen gang met hun werk en kinderen; een evangelische voorbidder kwam, die kon genezen met gebed, maar de collega bleef staren… Ik ben al dood, zei hij. Bidden heeft geen zin meer.
De Psychiater had medicijnen voorgeschreven, maar die werkten nog niet in op zijn geest: Ik ben nog immer dood …
De huisarts had zelfs in zijn arm een snee gemaakt, bloed kwam eruit. De arts zei: zie je wel: je leeft nog. Toen antwoordde hij , ik moet inderdaad een fout toegeven. Ik dacht dat dode mensen niet bloeden, maar het tegendeel is waar: ook dode mensen kunnen nog bloeden: dokter, u hebt een belangrijke ontdekking gedaan!
Dus, als je gelooft dat je als dood bent; en het heeft wortel geschoten, in je hart en in je bloed, dat verandert niet zomaar… Bij de vrouwen was het precies omgekeerd: Jezus onze rabbi gaat ons voor; De kracht van zijn geest blijft werkzaam! Hij zal ons zegenen met de zegen van Mozes en Aaron die Gods zegen is: de zegen van hun rabbi geven zij door, tot nu toe.
Nu mogen wij Pasen vieren, een bijzonder Pasen: een wereld wijd uniek Pasen. Onze wereld staat grotendeels stil : talloze bouwwerken van onze Geest staan even stil… er is angst en vrees; als het virus mij raakt, wat gaat het met me doen? Er is verdriet om wie sterven…om wie alleen zijn, waarvoor hadden we die bouwwerken ook alweer…?
Tegelijk is er de boodschap van Pasen, die ik met overtuiging en geloof wil bevestigen in navolging van de vrouwen: deze zegen kan de kracht van de menselijke geest vernieuwen. De zegen ervaren we  als een geschenk van God, Is iedere lente weer jong, en fris…Wonderlijk….  Die kracht kan en mag ook ons nu des te meer bemoedigen, vertroosten en hoop geven.
In het vervolg van Mattheus 28 Jezus zou het zelf zo hebben gezegd: aan mij is gegeven (door God) de kracht van de hemel tot de hele aarde. De kracht van van de zegen reikt van de hemelen tot over de hele mensenwereld. Die zegen mogen wij ontvangen , eruit leven, en wellicht aan wie wil doorgeven.
Om op goede wijze te rouwen, om de werkers in de zorg te bemoedigen, om deze tijd te aanvaarden; de uitdagingen aan te gaan.
Er is wel een keuze: of een ontdekking, de wil om te ontvangen om hieruit te leven ; of in angst of boosheid te verzinken…
De vrouwen geven het voorbeeld. Stap voor stap, dag voor dag. Zij tellen vanaf nu dag 1; tot en met dag 50.
Dan in het pinksteren, de dag van de torah, de dag van het vuur van de Geest: om opnieuw te bouwen aan het bouwwerk van Gods inwoning op aarde.
Amen

PALMPASEN 5 APRIL 2020

Het uitgieten van de kostbare nardusmirre over de voeten van Jezus door Maria, zus van Martha en Lazarus, roept een heftig verwijt op bij Judas Iskariot. Zulke kostbare zalfolie had ook verkocht kunnen worden, en aan arme mensen gegeven kunnen worden. Jezus zelf zelf antwoordt dan: in iedere tijd zijn er armen onder jullie; Maar Jezus zelf zelf is niet in iedere tijd aanwezig. Dat doet denken aan een andere Bijbeltekst: er is een tijd voor alles: een tijd van lachen en een tijd van huilen, een tijd van ziekten en een tijd van gezondheid.; tijd van voorspoed en tijd van armoede. Zelf heb ik voor het eerst die plotselinge overgang van rijk naar arm meegemaakt begin jaren zeventig. De vader van een vriend was voor de vakantie nog een geziene en vakbekwame voorman, na de vakantie was hij ontslagen, staarde naar buiten uit het raam van zijn flat; verbijsterd en beroofd van mooi inkomen en identiteit. Tijden wisselen soms heel snel.
Nu ineens is de tijd van de Corona aan gebroken. Die zal een golf van nieuwe armoede verspreiden, plotseling. En armoe kan een aanslag zijn op je menselijke waardigheid.
Daarnaast dus het uitzinnige gebaar van Maria. De fles van de kostbare Nardusmirre stroomt over de voeten van Jezus. Nardus is een platje uit de Himalaya, mirre is een struik in het Midden-Oosten. die een aromatische hars geeft.  Dit intieme gebaar tekent de liefde tussen Jezus en Maria, verwijst naar Hooglied 1:12 waar de geliefden deze geuren herkennen. Tussen geliefden kan een kostbare geur van de zelfde waarde zijn als een paar gedeelde druiven, namelijk een teken van de liefdesband. Echter, vanuit het oogpunt van maatschappelijke rechtvaardigheid kan zoiets dwaas lijken. In onze Corona-tijd gaan ook wij heen en weer. Zijn uit het evenwicht. Enerzijds is er terecht volop aandacht voor de zorg voor wie getroffen worden door dit virus. Wat een aandacht en wat een zorg. Tegelijk zal de vraag opkomen: hoe lang is dit rechtvaardig en verstandig? Ten koste van wat gaat deze ‘lock down?
Soms is er spanning tussen de unieke liefde voor een mens en de vragen van rechtvaardigheid voor armen, vluchtelingen, bedrijven, organisaties.
Het antwoord van Jezus is wat schraal. De tijden verschillen. Nu is de tijd even van alles voor de liefdevolle zorg in ziekenhuizen. Straks wel weer vragen van rechtvaardigheid;
De kostbare zalving verwijst naar de zalving van Aaron door Mozes in Leviticus 8: 11-12. Aaron wordt daarmee dienaar in het heilige , op de liefdevolle plek tussen mensen en God; als het lied der liederen. Zo is er een plaats van liefde, intiem, kostbaar en heilig. De waarde van het leven zelf wordt er ervaren, de heiliging van het leven zelf. Want een samenleving zonder een plaats, en tijd voor de stroom van de liefde wordt koud, hard en wreed.
Echter een samenleving zonder vragen naar sociale gerechtigheid leidt tot een tweedeling van armen en rijken. Dus na de zalving  en vandaaruit mogen ook de vragen van verdeling, van armoe en van sociale rechtvaardigheid worden gesteld. Een opdracht van alle tijden!
Johannes (12) legt de nadruk op voeten en haren. Aan de voeten zitten betekent je laten beïnvloeden. Haren verwijzen wellicht naar een kort zinnetje , zo kort als een haar: bijv naastenliefde. Dit ene zinnetje is als een lijntje dat bergen kan optillen; dat is : hele samenlevingen kan beïnvloeden en veranderen. We zijn op weg naar Pasen, zegt Jezus. Dit gebaar aan mijn voeten en haar haren, zal veel mogen beïnvloeden, ten goede.
Zo kan ook onze Corona-tijd, met alle inzet voor het mensenleven, van waarde worden: de waarde en de heiliging van het leven zichtbaar maken.

ZONDAG 29 MAART 2020

In de afgelopen twee weken heb ik vele mensen gebeld. Even vragen hoe het gaat. Of u het redt. Wat u doet om het te redden in deze uitzonderlijke weken. Velen zijn nuchter en redden het tot nu toe heel goed. Opvallend was bijna allemaal beginnen betekenis te geven aan de gebeurtenissen. Dezelfde betekenis. Ik heb geen directe telefoonlijn met god, dus ik weet het niet beter dan wie dan ook. Maar zeer velen zeggen; een virus van 1 miljoenste centimeter zet het hele globale wereldbouwwerk van mensen stil: dit bouwwerk hebben we nodig om samen te werken, maar opeens herinneren we ons weer: wij hebben niet de controle!, wij hebben niet alle macht in de kosmos of op aarde of over het leven!
Zelf vind ik het opvallend dat alle kerken, moskeeën, synagogen, feestruimtes, vergaderzalen, praktisch alle universiteiten , hogescholen en universiteiten gesloten zijn . Zelfs kerken waar al 800 jaar zondag aan zondag eredienst was, zijn nu weken dicht!!
Kerken: wedstrijd in leukigheid. Moskeeën machtsvertoon; bij mekka is nu het grootste winkelcentrum gereed gekomen…; Synagogen kunnen zo twistziek zijn wie het goed doet;
Scholen universiteiten: machtsspel van managers… aantallen en Cito-gemiddelden…
Vraag: de aloude vraag opnieuw als we straks weer samenkomen: God dienen, en mens en schepping….?
Dat brengt me bij de derde vraag: beseffen we de waarde van het leven zelf? Van je eigen leven, de dag van leven, je leven is per dag…/Lazarus is doodziek, en zijn zus Martha rent verontrust heen en weer… verwijten, angstig of boos: had Jezus niet eerder kunnen komen? Zus Maria zit stil, maar heeft ook de vraag: had het niet anders gekund? Begrijpelijk, want in een crisis versmalt het leven, alle aandacht wordt opgeëist door dit ene: stikstof? CO2? Vluchtelingen? De boeren?
Jezus komt en zegt : ik zal een werk Gods laten zien. Zoals bij Maria en Martha, ja, er is nu nood, stress en vragen, vernauwing van het leven en het perspectief en van van het uitzicht. Maar er komt ook een nieuw uitzicht, perspectief . Let op wat wel nu zichtbaar wordt…
Bemoedigen en troosten is de opdracht voor plaatsen zoals deze:  enerzijds de nood aanvaarden en eraan werken, en tegelijk  vanuit plaatsen als dit, een huis van God laten horen : een nieuw uitzicht er komt een nieuw besef van leven, een opstanding van leven.
Blijf vertrouwen houden, houd goede moed, laat niet angst of paniek over ons komen! Die zijn nog gevaarlijker dan het virus!
Heb je een paardenbloem in het gras, bloesem van de amandelboom  gezien? De vogels horen zingen?
De energie tijd voor kinderen zelf?
Bereid je voor op Pasen!
Tot slot : uitzicht en hoop troost zijn afhankelijk van vertrouwen:

  1. Ben ik Pasen – teken van nieuw uitzicht – wel waard? Waardeer ik mijn dag van leven?
  2. Vertrouw ik daarom dat de stem in de stilte, van God ook tot mij spreekt nu?

Barmhartig is

ZONDAG 22 MAART 2020

De ontwikkelingen volgen zich snel op in deze tijd van de corona-crisis. Sinds iets meer dan een week geldt het devies: om thuis te blijven, en buiten afstand te bewaren.
Dit devies komt ook tenminste tweemaal in de bijbel voor, ook in tijden van plagen. Ga mijn volk in uw huizen en doe de deur dicht; Houd u de tijd van de plaag rustig, totdat die voorbij gaat. (Jesaja 26: 20, Exodus en bij Noach in de ark).
Vanaf maandag gold dit ook voor de schoolgaande kinderen. De keukentafel werd leslokaal, en de woonkamer speelplaats. Mem en heit (vader en moeder) zijn veelal thuis en moeten daar een weg vinden. Een aantal kinderen ontving namens onze gemeente een bouwplaat en een dvd met een bijbelfilm. Om samen te maken, om samen te kijken. Vooral om het samen te redden.
Net als Noach maken nu families van hun huis een ark: zorg goed voor jezelf en voor de kinderen, voor wie aan je zijn toevertrouwd. Dit model van Noach passen Mozes en Jesaja toe in hun eigen tijd. En nu wij, dat is de beste aanpak, zoals het nu lijkt.
Sinds afgelopen vrijdag is het thuis-blijf devies uitgebreid naar verpleeghuizen, ziekenhuizen: blijf op je plaats. Behalve in geval van stervensnood: dan mogen kinderen en ouders elkaar bezoeken, om de balans op te maken, om afscheid te nemen, om de waarde van het geleefde leven zelf te ervaren. Dat is nu de keerzijde van de crisis: we kunnen ontdekken de waarde van het leven zelf… los van alle gereis, van werken en van wat al niet. In het lied van Jesaja 26 staan soms tegengestelde ervaringen:
vers 14 : de schimmen van de dood kennen geen opstanding;
vers 19: uw doden, Heer , zullen leven vinden; dat is kennelijk de waarde van het leven vinden. Het is allebei waar: kwetsbaarheid, ziekte en eindigheid schudden ons heen en weer: iedereen is er nu mee bezig; wat een gedoe ineens! Tegelijk de een in stilte en de ander in de drukte thuis maar beiden kunnen de waarde van het leven beseffen. En Jezus zegent deze inzet! Hij zegent de kinderen, maar vast ook de ouders, die weer kind waren van hun ouders. Daar is zegen, opstanding uit de dood.
Sommigen gaan veel verder: deze crisis is een straf van moeder natuur of van God of iets anders… Dat is mij nog te snel, te groots..
Laten we eerst zoeken naar zegen, naar bemoediging: Zoals Jezus de kinderen, de ouders en de grootouders zegent; of het nu is in de stilte van ouderen of in de drukte van een gezin: weet je gezegend in de vraag wat belangrijk is.
In vele kerken, synagogen, moskeeën en op andere plaatsen staan voorgangers stil bij de vraag naar moed, troost en zegen voor ons allen, Dat alleen al geeft moed.
Daarom willen wij ook vanaf deze plaats zegen zoeken: Medeleven en gebed voor wie werken in de zorg, voor wie ziek zijn, familie van overledenen;
En voorbede voor wie ons regeren om beslissingen te nemen.