Meditatie

En ze (de leerlingen van Jezus) waren zeer bang en vroegen: wie is hij toch? (Marcus 4:41).

Dit vind ik een onverwacht slot van het verhaal. Er is een gevaarlijke storm op het meer van Galilea. De leerlingen zien het water aan alle kanten het bootje instromen. Ze vrezen dat ze met man en muis vergaan. Maar Jezus ligt te slapen. De leerlingen maken hem wakker met de vraag: vind je het niet erg dat we vergaan? Vervolgens spreekt hij de storm toe. De storm gaat liggen, het schip blijft drijven! Je zou verwachten dat er opluchting is. Maar het verhaal eindigt ermee dat de leerlingen nog steeds bang zijn. Ze blijven zitten met de vraag: wie is hij toch…?
Dit patroon herhaalt zich steeds weer in het evangelie van Marcus. Er is verbazing, verwondering, en vrees. Zo eindigt zelfs het evangelie van Marcus: verbazing en vrees, nadat de vrouwen hadden ontdekt dat de grafkelder van Jozef van Arimatea leeg was.
Waarom toch? Is het niet mogelijk om eenvoudig en simpel de boodschap uit te leggen? Waarom via een angstwekkende storm de leerlingen bang maken? Zo komt het verhaal niet zo leuk en niet gemakkelijk over…?
Merkwaardig is dat dit fenomeen veel vaker voorkomt. Mozes ziet een braamstruik met vuur erin. Tegelijk gaat hij nog eens dichterbij kijken om het fenomeen eens goed te bekijken.  Even later moet Mozes zijn schoenen uitdoen maar zijn gezicht bedekken en opnieuw luisteren… Vervolgens lezen we hoofdstukken lang de twijfel van Mozes, en keer op keer de herhaling: en toch zal je naar de alleenheerser (Farao) gaan om bevrijding aan te kondigen.
Mijn ervaring is nu dat de herhaling van een mooi en goed werk – bijvoorbeeld een muziekstuk – mij dieper raakt. Dat geldt zeker ook voor Bijbelgedeelten. Eenmalig een verhaal horen, kan al snel tot de conclusie leiden: ik weet het wel. Maar zorgvuldig luisteren en lezen voor de 50 ste maal, zoals het kerstverhaal – leidt bij mij tot meer en meer verwondering. In het Johannes evangelie wordt zo’n luisterende en zingende gemeenschap wel vergeleken met een wijngaard. Wijnstokken hebben tijd nodig om hun wortels diep in de aarde te laten groeien. Vervolgens is veel snoeien nodig. Daarna is het zoeken naar de beste trossen, het mengen en het bewaren van het druivensap. Er zijn allerlei trucjes om dit proces te versnellen, maar het sap of de wijn wordt er niet beter van. Wie echter ieder jaar een stapje verbetert, zal een mooie opbrengst hebben. Mijn volk zal zo rechtvaardig zijn, de aarde be-erven, de opbrengst van mijn planting, mijn handwerk in wie mijn eer ligt (Jesaja 60:21).
Aan het begin van het nieuwe jaar wens ik ons allen diepe en ontroerende ervaringen toe, bij onze verschillende samenkomsten.

Ds. Jak Verwaal