Pinksterzondag 31 mei 2020

Rood is de kleur van Pinkster, vuur en liefde.
De uitstorting van de Heilige Geest is verbeeld in roodkleurige bloemen
en het Woord van God gaat de hele wereld over.
Daarom de bolvormige schikking.
Klimop staat voor eeuwig leven.

Paaszondag 12 april 2020

Johannes 20:1-18

We zijn getuige van het lege graf, Jezus is opgestaan. De dood heeft niet het laatste woord.

De leerlingen staan rondom de lege tombe, zij zijn de twaalf witte bloemen. Wit als teken van een nieuw begin. De bloesemtakken drukken de, nog een beetje ingehouden, vreugde van dat nieuwe begin uit.

Hier groeit ruimte voor een nieuw begin, nieuw leven. Nadat de leerlingen totaal geschokt waren over de afloop van het Paasmaal, de droefheid over de dood van hun geliefde leraar Jezus, is er nu de grote verrassing van de nieuwe ruimte die de Opstanding voor ons kan zijn.

Ze staan met zijn allen om die ruimte heen.

Goede Vrijdag 10 april 2020

Johannes 18:19-42

We zien de verbeelding van de straf die de Romeinen gaven aan misdadigers.

Het was de wreedste en meest vernederende straf die men kon bedenken.

De lange lezing van het Johannes-evangelie laat een opeenvolging van gebeurtenissen horen, die wij vaak goed kennen. De diepe droefenis over de kruisiging wordt uitgebeeld in dit eenvoudige beeld. Hoe de vredevorst ter dood werd gebracht.

Als alles gezegd lijkt, past alleen de eenvoud van die drie kruisen.

Witte Donderdag 9 april 2020

Johannes 13:1-30

Wit staat voor licht, reinheid, onschuld en wijst op de dood.

Op Witte Donderdag werden in de oude kerk over veel versieringen doeken gehangen, als teken van rouw.

Viooltjes zijn eenvoudige bloemen, ze zijn een teken van trouw, nederigheid. De kleur wit geeft juist ook iets weer van het licht, dat ons omgeeft, waardoor wij kunnen leven. Ze worden ook wel gezien als symbool voor Maria, de moeder van Jezus.

De opgerolde doek verwijst natuurlijk naar de doek waarmee Jezus de voeten van zijn leerlingen afdroogde.

Palmpasen 5 april 2020

Mattheüs 26:1-27, Mattheüs 26:66

Zalving:  een gebruik dat wij in onze protestantse traditie niet zo goed kennen. Maar het is heel bijbels, profeten en koningen worden gezalfd als hun taak een aanvang neemt. En wie gestorven is wordt ook gezalfd.

De vrouw brengt dit in het teken van het zalven van Jezus’ voeten samen. De schikking met de kruiden symboliseert dat voor ons. Op Palmzondag wijst de zalving al vooruit naar Jezus’ dood. De groene takjes lijken wel een beetje op de palmtakken.

Vijfde zondag Veertigdagentijd 29 maart 

Johannes 11:1-4 en Johannes 11:17-44

Opstaan om opnieuw te leven, voor Lazarus is dit mogelijk.
Jezus aanschouwt de reacties van Marta en Maria en de mensen die hen helpen klagen.
Het beroert hem diep van binnen en vanuit de bewogenheid is zijn reactie heftig.
De dood van Lazarus is ontijdig, de geliefde broer van Marta en Maria keert weer in het leven.
In het centrum zien we hier de totale overgave en te totale liefde.
Dood en leven, een zuchtje is het verschil.
De onvoorwaardelijke liefde van de zussen en hun broer, we zien de rode roos gesteund door de klimop, symbool van trouw en de roze wolk van graszaden, is voor Jezus een reden om Lazarus het leven terug te geven. Liefde is sterker dan de dood.
Gedragen worden door anderen is het thema voor deze schikking. Hoop hebben op een betere toekomst. Met liefde naast elkaar staan. Daar gaan de bovenstaande teksten over. In de stip plaatsen we een rode roos  ( liefde, betrokkenheid, leven) die als het ware het warrige  en onduidelijke leven ontstijgt. Gedragen door onderlinge verbondenheid.

Vierde zondag Veertigdagentijd 22 maart 

Anthem, (hymne) een lied van Leonard Cohen.

Een lied over de onvolmaaktheid, over alles wat er mis is in deze wereld.
Dat is een gegeven, hier moeten we mee leven.
Streef niet naar het volmaakte,
vraag niet het onmogelijke,
wees tevreden met wie je bent,
juist in het onvolmaakte liggen kansen.
in alles zit een barst
juist daar kan het licht binnenkomen.

“there is a crack in everything
that’s how the light comes in”

Bij het viltkleed Anthem, Ria Dokter-Pier

 

Vesper Biddag 11 maart 2020

Mattheüs 6: 19-23

Van licht kunnen we geen voorraadje aanleggen, in de zomer kunnen we niet sparen voor de winter. Licht is er wanneer de zon opkomt of als we licht aandoen. Het oog is de lamp van ons lichaam.

We worden uitgenodigd goed te kijken, waar te nemen, naar wie (of wat) we ontmoeten op  onze weg in het leven. Het licht mag in ons schijnen.

De bloemschikking van vandaag met narcisbollen met wortels maar zonder aarde, nodigt ons uit af te schudden wat we niet nodig hebben. En duisternis te doen verdwijnen door het licht te brengen.