Column

Nieuwe beeldenstorm

Op het Langpaed

Het is ongekend onrustig in de kringen rond de Noordelijke Bijzondere Bond van Predikanten.

Het rumoer is ontstaan nadat een vooraanstaand lid via de bel-de-kerk-anoniem-lijn een misstand heeft gemeld. Inmiddels is uitgelekt dat het een melding betreft van Watze van Woerden, de bekende kerkhistoricus van de Universiteit van Siegerswoude. Gestimuleerd door de anti-racisme-demonstraties in de wereld heeft hij na enig speurwerk door voor menigeen onleesbare kerkarchieven ontdekt dat kerkgemeenschap It Keningsfjild ooit discutabele predikanten in dienst heeft gehad. Hij eist dat hun namen worden verwijderd van de monumentale predikantenborden in de St. Piter in Ureterp.

Naar verluidt gaat het om Johannes Matthei die de kerk van 1642 tot 1666 diende en om Watse Winsemius die van 1685 tot 1720 in Ureterp stond. Volgens Van Woerden heeft Matthei noch openlijk geprotesteerd tegen de ontdekking van Tasmanië in 1642, ,,wat in feite neerkwam op koloniale misdaad’’, noch tegen de annexatie van Urk door Amsterdam (1660). Dat stadsbestuur wilde op het eilandje een vuurbaken bouwen opdat de VOC-schepen ,,na hun roofacties in het Verre Oosten’’ veilig naar de stad zouden kunnen terugkeren.

Volgens de briefschrijver heeft Watse Winsemius ook het nodige uit te leggen over wat juist niet in de notulen van de kerkenraad is opgetekend. ,,Heeft de predikant wel voldoende geprotesteerd toen op 18 oktober 1685 het protestantisme in Frankrijk bij wet werd verboden? Heeft hij daarop de vluchtende hugenoten welkom geheten of zag hij die mensen met vreemde tongval als een bedreiging voor zijn eigen volk?’’ Ook diens houding tegenover Willem van Oranje die in juli 1690 het katholieke leger van Jacobus II bij Boyne versloeg, is onduidelijk, aldus de briefschrijver.

Van Woerden zegt zich ernstig te schamen voor de daden van zijn voorvaderen. Door hun namen zo prominent op de schilden in de St Piter te presenteren, geeft de kerk deze predikanten de status van monument. ,,Zulke monumenten dienen te worden neergehaald!!!’’

De bond bezint zich op een antwoord. Passend bij de gangbare bestuurscultuur in Nederland zal er onder leiding van lid van verdienste Elizabeth van Lunteren een onderzoekscommissie worden ingesteld. Zij vreest dat volgens de normen van Van Woerden weinig predikantennamen op de bewuste schilden kunnen blijven staan. ,,De geschiedenis leert dat de samenleving nogal eens van inzicht verandert. Het einde lijkt zoek. Moeten we predikanten die ooit tegen homofilie of tegen de vrouw in het ambt hebben gepreekt nu ook schrappen? En de mensen die beweren dat de slang al dan niet heeft gesproken?’’ Van Lunteren geeft de bond alvast in overweging een ‘commissie spijt en zorg’ op te richten, die ,,zich bekommert om kerkgemeenschappen die moeite hebben met hun verleden maar er niet in slagen de historie te herschrijven naar het huidige ideaalbeeld’’.

In Op het Langpaed schrijft Dick Offringa uit Siegerswoude op persoonlijke titel wat hem bezighoudt. Reageren? Mail naar dw.offringa@gmail.com

Nieuwe beeldenstorm, een reactie

Haha Dick,
Ik bedoel natuurlijk: Zeer geachte heer D. Offringa,

Als predikant figurerend op zo’n bord in de kerk van Ureterp, ben ik mijn eigen wandaden maar even nagegaan:

  • Ik heb bij mijn sollicitatie van destijds NIET gezegd dat ik toch liever had dat een predikant “van kleur” zou worden beroepen in mijn plaats;
  • Ook heb ik nooit geprobeerd de specerijen die we nog altijd uit onze oude koloniën halen, in onze keukens te verbieden op grond van ons koloniale verleden en evenmin heb ik ernaar gestreefd een verbod op te leggen aan gemeenteleden om te gaan eten –  dan wel eten af te halen- bij Chinese en andere exotische restaurants die banden hadden/hebben met foute regimes. Turks, Tais, Ethiopisch, Indonesisch, Indiaas, Russisch, om er enkele te noemen;
  • Nog een zware zonde: slechts zelden gepreekt tegen de grondstoffen in mobieltjes die we uit o.a. Zaïre/ Congo haalden;
  • De diamanten nooit afgerukt van vrouwen die ze als sieraden droegen;
  • Geen verbod uitgevaardigd tegen het eten van paling en kabeljauw en die laatste vis zelf veelvuldig wel gegeten;
  • Pas mijn auto weggedaan nadat ik al enkele jaren uit Ureterp weg was en – o dikke, dikke schande – onlangs een coronataxibedrijf gestart met één taxi, één chauffeur en één klant, om bij de tandarts buiten Wolvega te kunnen komen, met bovendien de bedoeling deze aan te houden tot er een vaccin is.

Ik heb van al deze zaken en nog vele andere zwaar te vrezen van de nieuwe inquisitie. Was mijn naam maar met krijt op een lei geschreven! Dan was een spons voldoende geweest om deze voor eeuwig uit te wissen!
Misschien wil de inquisitie volstaan met het AFPLAKKEN van mijn naam en de namen van de andere predikanten die zo zwaar gezondigd hebben?? Wellicht voldoet daarvoor een smeekschrift in drievoud met kermende schuldbelijdenis en ronkende gebeden om vergiffenis?

Dus dank, veel dank, dat de nog levende predikanten nu toch nog tijdig gewaarschuwd zijn in het zojuist uitgekomen kerkblad. Want het zou toch sneu zijn voor de heiligen onder hen die de borden sieren, als ook zij zouden moeten lijden onder de fouten van anderen en met hun namen eveneens weggerukt zouden worden van de muren van de Sint Piterskerk.
Met een vriendelijke zwaai op afstand vanuit het overzeese gebiedsdeel Wolvega, dat met de nek wordt aangekeken door de meeste DiepFriezen  en een even hartelijke groet uit de Stellingwerven, die ooit als een cadeautje van een bisschop – en zeer tegen hun eigen zin – aan Friesland zijn uitgeleverd.

Ds. Margriet M.M. Eekels, predikant te Opsterland-Noord van 2004 t/m 2012.