Column

As-woensdag en de heilige Valentijn

Dit jaar vielen as-woensdag en Valentijnsdag op dezelfde datum: 14 februari. Voor het halen van een askruisje, voorafgaand aan de veertigdagentijd, was ik met een vriendin naar de Dominicuskerk in Amsterdam gegaan. Met zijn heiligenbeelden en prachtige schilderingen is het duidelijk een katholieke kerk. De Dominicanen behoren evenwel tot een van de meest progressieve kloosterorden. Bekende mensen als Jan Nieuwenhuis, Pater van Kilsdonk en Huub Oosterhuis waren er kind aan huis.
Op woensdagavond 14 februari was er een speciale dienst met een mooi ritueel, waarbij iedere bezoeker een oud palmtakje in een schaal legde. De takjes werden vervolgens in brand gestoken totdat er alleen nog as van over was. Daarna gingen we in een grote kring staan en tekende de voorganger met de as een kruisje op ieders voorhoofd.
In zijn preek memoreerde hij de heilige Valentijn. Blijkbaar heeft er in de derde eeuw echt ene Valentijn bestaan! Deze werd twee eeuwen later door de toenmalige Paus Gelasius op 14 februari heilig verklaard. Er is echter niet met zekerheid te zeggen wie deze historische figuur precies was. Zijn verhaal is waarschijnlijk een mix van feit en fictie.
Volgens de ene lezing was Valentijn een opstandige priester in Rome. De toenmalige Romeinse Keizer verbood jonge mannen om te trouwen met als argument dat jonge, ongetrouwde mannen betere soldaten waren. Vader Valentijn trouwde jonge stellen echter toch, in het geheim. Toen Valentijns ‘wangedrag’ werd ontdekt, liet de keizer hem onthoofden.
Volgens een andere lezing, die waar de voorganger in de Dominicus aan refereerde, zou Valentijn een heidense man hebben gehuwd met een Christelijke vrouw, iets wat strikt verboden was in Rome. Hij werd gesnapt en gevangengezet, waarop hij verliefd werd op de blinde dochter van zijn bewaker. En natuurlijk genas hij haar van haar blindheid, want dat deden heiligen in die tijd. Precies vijftien eeuwen later, in 1969, haalde de katholieke kerk Sint-Valentijnsdag van de liturgische kalender vanwege de gebrekkige informatie over de priester. En toen werd het dus het commerciële feest dat we nu kennen.
Op deze as-woensdag refereerde de voorganger ook nog even fijntjes aan de nog steeds curieuze houding van het huidige Rome. Tijdens het carnaval weigerde de pastoor van Itteren dit jaar om tijdens de traditionele vastelaovond een hostie uit te reiken aan een lesbisch ‘prinsessenpaar’. Zijn weigering leidde tot een storm van verontwaardiging in Limburg, maar het bisdom van Roermond toonde begrip voor de houding van de pastoor. Liefde blijft een lastig ding voor onder meer de Rooms-Katholieke kerk …
Inmiddels ben ik begonnen met vasten. Met veel dank aan de vrouwen van It Keningsfjild die onlangs in Amsterdam op bezoek waren en van wie ik de veertigdagenkalender cadeau kreeg. Ik zal er met liefde gebruik van maken.

Janneke Donkerlo

Waar is God?

 

Een grapje van mijn atheïstische vrienden is die over de Juf die de klas vertelt dat God overal is. Waarop een jongetje zijn vinger opsteekt en vraagt: ‘juf, is God dan ook in onze achtertuin?’ En de Juf antwoordt: ‘Ja, hoor, ook in jullie achtertuin.’ Het jongetje, triomfantelijk: ‘Dat kan niet juf. We wonen driehoog, we hebben helemaal geen achtertuin!’ Tja, het is ook wel heel lastig om ‘Ik zal er zijn’ een plek in het universum te geven.  Dat maakt het makkelijk scoren voor mensen die geloven belachelijk willen maken. We kunnen alleen stamelen als het over God gaat. Toch wil ik hierbij graag twee schrijfster aanhalen die mij inspireren en bij de les houden.

De eerste is de Joodse Etty Hillesum, die de tweede wereldoorlog niet overleefde. Onlangs verscheen haar biografie van schrijfster Judith Koelemijer: ‘Etty Hillesum, het verhaal van haar leven’. Koelemijer zet de door depressies geplaagde Hillesum neer als mens van vlees en bloed, compleet met de bekende twijfels en tekortkomingen. Geen heilige dus. In de oorlog begon zij een dagboek bij te houden. Op een dag bidt ze tot God dat zij toch maar geen snippertje van haar innerlijk zou verliezen aan haat. Daarbij richtte zij haar blik niet tot de hemel, maar naar binnen. Ze schrijft in haar dagboek: ‘Ik heb God weer gedankt, niet voor het warme bed en de erwtensoep, maar daarvoor, dat hij in mij wil wonen.’ Die innerlijke ruimte bleef zij tijdens de oorlog trouw, in weerwil van de groeiende haat en terreur om haar heen. Een ruimte, zo meende en hoopte zij, waar ze onder alle omstandigheden haar toevlucht zou kunnen nemen. Als in een stille, onverwoestbare kathedraal. Wat een prachtig beeld. Ik hoop dat zij inderdaad tot op het allerlaatste moment – toen zij in 1943 de gaskamer in werd gedreven – zich ‘in Gods armen’ heeft mogen bevinden.

De tweede schrijfster is Esther Gerritsen. Zij had een persoonlijke zoektocht nodig voor het schrijven van een roman (De Trooster, 2018) om uit de kast te komen als christen. Toen zij daarna, tijdens een lezing, ronduit erkende dat zij gelovig was, viel een sceptica haar daarop aan. Verbinding? A lá. Iets met ‘heelheid’? Nou vooruit. Maar geloven in God?! Daar kon ze zich he-le-maal niets bij voorstellen! Waar was die God dan? Waarop Gerritsen uitlegde: ‘God is de ruimte tussen u en mij. En die ruimte is misschien belangrijker dan wij. Daar word ik heel blij van.’

Voor mij persoonlijk geldt: stamelen dat God in het diepst van mijn innerlijk woont, of in de ruimte tussen mensen in, wat doet het ertoe? Het is voor mij allebei even waar en waardevol.

Janneke Donkerlo

Waarom het niet erg is dat we van mening verschillen

 

‘Voor ieder wat waars’ zo heet het laatste boek van filosoof Rob Wijnberg. Wat nu? Als journalist meende ik toch altijd dat feiten ertoe doen. Helaas. De aarde is echt rond en niet plat, maar daar denken 150.000 Nederlanders heel anders over. Zij staven dat met ‘feiten’ en je kunt lullen als Brugman, het is en blijft hun waarheid. Gelukkig komt Wijnberg met een waarheid die uitstijgt boven de controleerbare werkelijkheid. Hij wijst erop dat waarheid altijd een functie heeft. Een functie die met houvast te maken heeft.

Zo hielden mensen zich eeuwenlang vast aan de overtuiging dat wat in de Bijbel staat letterlijk waar was. En als ziekte of rampspoed je trof, was dat een straf van God. Tijdens de Verlichting ontdekte men echter dat de fysieke werkelijkheid onderzocht en in kaart gebracht kon worden. De natuurwetenschap werd het nieuwe houvast en dat heeft ons veel welvaart gebracht. Maar ook wetenschap heeft zo zijn grenzen. Inmiddels is ‘de waarheid’ verworden tot een consumptiegoed: zoveel belangen, zoveel meningen, zoveel waarheden. De individuele bril waarmee iemand naar de wereld kijkt, bepaalt nu wat waar of niet waar is. Vandaar de titel ‘Voor ieder wat waars’. Dit heeft anno 2023 de samenleving er alleen niet toleranter en inclusiever op gemaakt.

Daarom wijst Wijnberg op drie universele waarheden die ons met elkaar verbinden. Ik beschouw ze als een heilige drie-eenheid, een religieuze onderstroom in seculiere tijden. De eerste waarheid is dat mensen van nature zorgzaam zijn. De tweede is dat mensen altijd samenwerken: we moeten wel, in ons eentje komen we niet ver. De derde pijler is de onzichtbare consensus: als puntje bij paaltje komt zijn we het eerder met elkaar eens dan oneens. Deze drie universele waarheden vormen een weefsel, wereldwijd. Een weefsel dat niet louter draait om individuele behoeftebevrediging.

Nu valt daar wel wat op af te dingen. Want als het zo eenvoudig was, zou er geen oorlog of onrecht zijn. Maar omstandigheden en perverse prikkels maken dat mensen niet altijd zorgzaam zijn of met elkaar samenwerken. En dat leidt tot onrecht. Zoals sommige artsen, die na jarenlange uitholling van de geestelijke gezondheidszorg opperen om psychiatrische patiënten dan maar te euthanaseren, zelfs als zij helemaal niet dood willen. Het stond onlangs in de NRC, ik verzin het niet!

Maar toch, Wijnbergs verbindende weefsel biedt wel hoop en stemt mij milder ten opzichte van mensen met – in mijn ogen – rabiate opvattingen. Zoals ik ook blijf hopen op Gods Koninkrijk, ook al hebben we nog een hele weg te gaan. Ik wens iedereen vast fijne feestdagen, een goed uiteinde en een verbindend 2024.

Column van Janneke Donkerlo