Column

Het verschil tussen het meer van Galilea en de Dode Zee

In het boek ‘Een gebroken wereld heel maken’ wijst rabbijn Jonathan Sacks op het verhaal van Jona. God had Jona opgedragen om zich te bekommeren om de inwoners van Nineve. Maar daar had Jona helemaal geen zin in. Waarom zou hij dat doen? Het waren nota bene Assyriërs; ze behoorden niet eens tot zijn eigen volk.

Toch wist Jona heel goed dat God niet alleen de Joden, maar alle mensen op aarde liefheeft. Lang voordat Hij in de woestijn een verbond sloot met het Joodse volk had hij een belofte aan Noach gedaan. Uit die tijd stammen de Noachitische geboden. Deze geboden zijn de fundamenten van de mensheid, ook van hen die een andere cultuur hebben of een andere religie aanhangen. Diep van binnen weten alle mensen immers dat je niemand tot afgod mag verheffen, niet mag stelen, moorden of ontucht mag plegen. Jona was niet wezenlijk anders dan mensen uit een ander volk. Daarom moest hij, aldus Sacks, van God naar Nineve.

Niet alleen maakt dit Bijbelse verhaal volgens de rabbijn duidelijk dat God alle mensen liefheeft, maar ook dat God wil dat wij mensen onze verantwoordelijkheid nemen. Hij wil niet dat we, net als Jona, onverschillig zijn en wegkijken. Maar hee, dat kost wel moeite, het vraagt ons om verder te kijken dan onze neus lang is en om een stap buiten onze eigen bubbel te zetten. Maar net als Jona hebben we daar vaak helemaal geen zin in. Want hebben wij niet – net als Jona – ons leven nou net zo fijn op orde? Waarom zouden we ons bekommeren om mensen die niet tot ons ‘eigen volk’ behoren? Stel je voor, misschien moeten we ons dan wel in deze mensen gaan verdiepen, met hen in gesprek gaan. Waarom zouden we die moeite doen?

Nou, misschien omdat het juist in ons eigen belang is om niet weg te kijken. Waarom zouden mensen zich als calculerende burgers vooral zorgen maken om hun huizenprijzen, ons uitzicht en hun eigen portemonnee. Zou het niet veel fijner zijn om open te staan voor elkaar, te leren van elkaar, te delen met elkaar. Het maakt de totale koek voor iedereen bovendien juist groter.

Sacks wijst in dat kader op de twee meren van Israël: die van Galilea en de Dode Zee. Het meer van Galilea zit vol leven. De Dode Zee, zoals de naam al aangeeft, niet. Toch worden ze allebei gevoed door de rivier de Jordaan. Het verschil is dat het meer van Galilea water ontvangt én deelt. De Dode Zee echter ontvangt wel maar houdt al het water voor zichzelf. Met andere woorden: delen en omkijken naar elkaar, dat maakt ons pas echt tot mens.

Janneke Donkerlo

Kunstmatige intelligentie over religie

Ik heb de afgelopen jaren veel aan de kerk gehad. Toch wilde ik wel eens weten wat kunstmatige intelligentie zegt over religies in het algemeen. Met behulp van ChatGPT kwam ik tot onderstaande tekst.

Studies hebben aangetoond dat religie deel uitmaakt van de menselijke natuur, en dat veel mensen een aangeboren verlangen hebben om te geloven in iets dat groter is dan henzelf. Bepaalde psychologische eigenschappen en persoonlijkheidstrekken – zoals een neiging tot openheid en een verlangen naar betekenis en een doel in het leven – kunnen bijdragen aan religiositeit. Deze eigenschappen zijn natuurlijk niet exclusief voorbehouden aan religieuze mensen want er zijn ook niet-religieuze mensen die deze eigenschappen delen.

Religies kunnen echter ook een negatieve invloed hebben. Denk aan fanatisme, dogmatisme en intolerantie. Maar deze problemen zijn niet inherent aan religie zelf, ze zijn eerder het gevolg van menselijk falen, van zowel gelovigen als ongelovigen. Over de positieve aspecten van religie zegt kunstmatige intelligentie het volgende.

Religie geeft mensen een gevoel van gemeenschap en verbinding. Religieuze gemeenschappen brengen mensen bij elkaar die dezelfde overtuigingen delen en die elkaar kunnen ondersteunen in moeilijke tijden. Dit kan gebeuren tijdens vieringen maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld door middel van liefdadigheidswerk of sociale activiteiten. Dit gevoel van verbondenheid kan enorm waardevol zijn, vooral voor mensen die zich eenzaam voelen of geen sterke familiebanden hebben.

Ten tweede kan religie een belangrijke rol spelen bij het vinden van zingeving. Veel mensen hebben behoefte aan een hoger doel in hun leven. Religieuze overtuigingen kunnen mensen helpen om hun leven in een grotere context te zien en te begrijpen wat hun plaats is in de wereld. Dit kan mensen helpen om betekenis te geven aan hun ervaringen en om richting te geven aan hun leven.

Ook kan religie een bron van kracht en hoop zijn in moeilijke tijden. Veel religies bieden hoop op een betere toekomst. Dit kan mensen helpen om door te gaan als ze geconfronteerd worden met tegenslagen of verdriet. Religie kan ook helpen bij het vinden van innerlijke rust en vrede, bijvoorbeeld door middel van meditatie of gebed.

Daarnaast kunnen religies richtlijnen bieden en regels voor gedrag en moraliteit. Dit kan mensen helpen om hun eigen karakter te vormen. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van bepaalde deugden zoals geduld, vergevingsgezindheid en compassie, belangrijk voor persoonlijke groei en ontwikkeling.

Tot slot kan religie een belangrijke rol spelen bij het behoud van cultureel erfgoed. Religieuze tradities hebben vaak een rijke geschiedenis en culturele achtergrond. Door deze tradities en gebruiken in stand te houden, kunnen mensen hun culturele identiteit behouden en doorgeven aan toekomstige generaties. Als dat gepaard gaat met respect voor andermans religie kan geloven zorgen voor meer vrede en verbinding.

Janneke Donkerlo

Verbeelding van het mysterie

De weerstand van mijn atheïstische vrienden over mijn

religieuze belangstelling blijft onverminderd groot. Van het woord God gaan zij zowat over hun nek. Dat geldt ook voor de Vereniging tegen de Kwakzalverij waar ik wel eens stukken voor schrijf. Wijlen mijn strengatheïstische vader was lid van deze nuttige club. Als het gaat om het bestrijden van kwakzalverij, ben ik het helemaal met hen eens. Iemand probeerde mij eens te overtuigen van een bepaalde vorm van kwakzalverij; in de woorden van Arjen Lubach ‘onbewezen ideetjes’. Zijn redenatie was: ‘Je kunt je vast wel voorstellen dat …’ Waarop ik zei: ‘Ja, dat kan ik mij wel voorstellen, maar daarom is het nog niet zo.’

Waarom geloof ik dan wel in de wonderlijke verhalen uit de bijbel? Geloof ik letterlijk dat Jona overleefde in de buik van de walvis? Dat Jezus over het water liep? En dat hij is opgestaan uit de dood? Ja en nee. Het geloof in deze verhalen heeft natuurlijk niets te maken met een letterlijke, natuurkundige of chemische waarheid. De Bijbel is een bibliotheek vol verbeelding. Vol verhalen die ons iets duidelijk proberen te maken over wat ons mensen door de eeuwen heen overkomt, hoe we daarmee worstelen, waar we troost en inspiratie uit kunnen putten. Waarmee we elkaar scherp kunnen houden als het gaat om barmhartigheid en rechtvaardigheid, hoe we onze verantwoordelijkheid voor onze naaste en onze omgeving kunnen nemen, in plaats van vooral te denken aan ons eigen gerief.

De verhalen zijn volgens mij expres zo cryptisch omdat ze bedoeld zijn om ons naar binnen te laten keren en na te gaan hoe wij, elk als individu, reageren zoals we reageren. Het mooie vind ik dat, telkens als ik denk dat ik een verhaal heb begrepen, er nog een laag blijkt te zijn. En nog een. Het zijn dus gelaagde verhalen. Alleen daardoor kom ik tot inzichten die niet zomaar in simpele, eenduidige woorden te gieten zijn. Daarvoor is het leven te veel een mysterie.

De Rooms Katholieken zijn kampioen in het verbeelden van dat mysterie. Voor de paus is de hostie letterlijk het lichaam van Christus. Door het uitspreken van de woorden: ‘neemt en eet, dit is mijn lichaam’, vindt de zogenaamde ‘transsubstantiatie’ plaats waardoor het brood vlees wordt. Maar hé, natuurlijk is het nog steeds gewoon een stukje brood. Daarom is er ook altijd voor mensen met een glutenallergie een speciale hostie zonder gluten. En als het brood letterlijk vlees zou zijn geworden, zouden vegetariërs niet ter communie kunnen gaan. Ongelovigen noemen het onzinnige hocus pocus. Ik noem het verbeelding van het mysterie. En dat is groter dan wij in woorden kunnen vatten.

Janneke Donkerlo

De mier en de mens

Een tijdje terug attendeerde iemand mij op een bijzonder onderzoek. Door het doen van schedelmetingen van zowel gedomesticeerde als wilde koeien concludeerden Oostenrijkse onderzoekers: hoe intensiever het contact met de mens, hoe kleiner het brein van het vee. De onderzoekers verklaarden dit uit het feit dat gedomesticeerde dieren minder zelfredzaam hoeven te zijn.

Zou dat voor mensen ook gelden, vroeg ik me af. Tijdens de evolutie zijn de hersenen van mensen aanvankelijk steeds groter geworden. Maar volgens het populairwetenschappelijke tijdschrift Scientias kwam aan die groei zo’n drieduizend jaar geleden een einde. In plaats van dat ons brein weer een slagje groter werd, nam het juist in omvang af. Een mogelijke verklaring hiervoor vonden de wetenschappers bij de mier. Mensen en mieren zijn weliswaar heel verschillend, maar er zijn ook overeenkomsten. Zo zijn mieren extreem gespecialiseerd waardoor hun ‘samenleving’ de hoogste efficiëntie kan bereiken.

Net als mieren hebben ook mensen zich steeds verder bekwaamd in een bepaalde taak. Daardoor was het gaandeweg niet meer nodig om veel informatie in één enkel hoofd op te slaan. Mensen werden daardoor efficiënter, maar als individu ook minder zelfredzaam. Dat begon met de landbouw en het verwerken van voedsel waarbij de taken werden verdeeld. Met de opkomst van de steden, ontstonden de gilden waarbij de leden gingen uitblinken in één bepaald ambacht. Door de industriële revolutie en de huidige moderne, digitale technieken zijn we nog meer gespecialiseerd geraakt. Dat heeft, over het geheel genomen, gezorgd voor meer welvaart.

Maar nu komt het: in tegenstelling tot mieren, die uitblinken in saamhorigheid en opofferingsgezindheid, zijn mensen steeds individualistischer en egocentrischer geworden. Zolang alles goed gaat, zijn we tevreden. Maar als er zand in de machine komt, zoals in het huidige tijdsgewricht van klimaatverandering, woningnood, emigratiestromen en verschuivende machtsevenwichten, kan het zomaar gebeuren dat we door de complexiteit (de bomen) het grote geheel (het bos) niet meer zien. Dat maakt veel mensen angstig en leidt tot stress. En door stress, zo is wetenschappelijk onderzocht, daalt het IQ. Een krimpend brein wordt daardoor ook dommer. En dan is bij mensen het hemd nader dan de rok.

Wat kan ik soms verlangen naar een minder complexe samenleving. In de wetenschap dat we allemaal in wezen hetzelfde willen: meer welzijn, meer liefde en verbinding. Als we dat beeld helder voor ogen houden, zouden we dan een deel van onze welvaart willen inleveren? Minder luxe en eigenbelang; meer verbondenheid, meer eenvoud, tolerantie en solidariteit. Minder leven vanuit angst en meer vanuit vertrouwen. Leven vanuit genade, met elkaar.

Janneke Donkerlo

Kerkasiel in Kampen gaat over medemenselijkheid

In het kader van het kerkasiel in De Open Hof in Kampen heb ik me onlangs bij It Keningsfjild aangesloten. Ook de Amsterdamse Thomaskerk had al twee keer meegedaan; telkens had ik echterdoor mijn verhuizing verstek moeten laten gaan. Maar drie keer is scheepsrecht, dus eenmaal woonachtig op mijn nieuwe stek in Groningen reed ik op 2 juni met leden van It Keningsfjild naar de ‘asielkerk’.

Rond 10.00 uur werden we in De Open Hof verwelkomd met koffie, thee en zelfgebakken cake. Erg lekker, maar daar kwamen we natuurlijk niet voor. Enkele leden van It Keningsfjild stelden ter plekke een viering samen onder leiding van Aafke Nicolai. In de grote kerkzaal nam zij de kaars over van een andere predikant, maar niet nadat deze een klankschaal in trilling had gebracht en we stil werden met elkaar. Daarna zongen we gezamenlijk vierstemmig een canon. En nog zuiver ook!

Toen was het onze beurt. Er werd gebeden en gezongen, er werden gedichten voorgelezen en een column. Zoals het sonnet van Margriet van Tongeren over Hemelvaart, waarin de hoop doorklinkt dat Jezus verder gaat en eens weer onder ons zal zijn: “Niet voor een ‘selfie’ maar om ‘up te daten’, wat leven is met Tora en Profeten”. En een tekst van Chris Boon over Pinksteren waarin het vuur van de Heilige Geest ons gaande houdt. Verder leidde het Onze Vader in gebarentaal tot de nodige hilariteit; dat houden we erin, was het voornemen. Na óns kwam het volgende groepje. En zo gaat het al meer dan zeven maanden lang, dag in dag uit, dag en nacht.

Niet iedereen in Nederland is enthousiast over het activistische initiatief. Waar gaat dit kerkasiel over en waarom houdt het de gemoederen zo bezig? Elf jaar geleden vroeg de familie Babayants uit Oezbekistan asiel aan. Inmiddels zijn er vier kinderen; de jongste twee zijn hier geboren en alleen de oudste zoon Aram heeft nog herinneringen aan Oezbekistan. Al die tijd heeft het gezin geleefd in een AZC. De kinderen zijn hier naar school geweest en spreken vloeiend Nederlands. Aram heeft zelfs een ICT-opleiding afgerond. Maar nu heeft de hoogste rechter geoordeeld dat het gezin definitief is uitgeprocedeerd en terug moet.

Kerkasiel is geen nieuw verschijnsel. Het bestond al in de 6e eeuw en was bedoeld om godsdienst-vervolgden een veilige plaats te bieden. Nu kun je zeggen: inmiddels leven we in een democratie waarin we worden geacht wetten en uitspraken van rechters te respecteren. Doen we dat niet, dan ondermijnen we de rechtstaat.

Een ijzersterk argument. Maar wat nu als de rechtstaat zich niet houdt aan haar eigen afspraken?

Daarvoor moeten we terug naar 2019 toen de regering een migratieakkoord sloot. Hierin konden kinderen, die op 29 januari 2019 ten minste vijf jaar in Nederland waren, met hun ouders voor de laatste keer een beroep doen op een kinderpardon. Daarna zouden de asielprocedures worden ingekort zodat asielzoekers binnen vijf jaar duidelijkheid zouden krijgen. Die belofte is de overheid dus niet nagekomen. Dat was De Open Hof een doorn in het oog en startte daarom een kerkasiel.

Inmiddels heeft de overheid bepaald dat er tijdens een kerkasiel continu een viering plaats moet vinden, anders telt het niet. Men ging ervan uit dat het animo dan wel snel zou verdampen. Maar niets bleek minder waar. Inmiddels komen gemeenteleden uit alle hoeken van Nederland – van Limburg en Zeeland tot de Randstad en het Noorden – naar Kampen om de kaars brandend te houden. De familie Babayants leeft sinds 21 november vorig jaar in een aangrenzende kerkelijke ruimte; als ze buiten komen, kunnen ze opgepakt worden. Talloze vrijwilligers vervullen in tweetallen om beurten de rol van gastheer/ vrouw. Er komt zelfs iedere week een man in zijn 45-kilometer autootje helemaal voor uit Veenendaal. ’s Nachts is er altijd een voorganger aanwezig; dan doen de vrijwilligers dienst als kerkleden. Want de Bijbel zegt: waar meer dan twee mensen samen komen om te bidden, daar is God aanwezig. Over de aard van de bijeenkomsten doet De Open Hof niet moeilijk. Alle mensen die stil willen staan bij het onrecht dat nog honderden andere kinderen in Nederland treft, zijn welkom. Ook humanisten hebben zich aangemeld.

De grens van vijf jaar waarboven kinderen niet meer uitgezet zouden mogen worden, komt niet uit de lucht vallen. In die periode zijn kinderen geworteld en gehecht. Uit onderzoek is gebleken dat het niet goed gaat met de kinderen die na meer dan vijf jaar werden teruggestuurd. Die periode geldt trouwens min of meer ook voor volwassenen. Toen ik in de jaren negentig in Tanzania woonde kende ik een ambassadeattaché. Nadat hij geruime tijd in Dar es Salaam had gewoond en gewerkt, ging hij definitief terug naar Nederland. Al die jaren was hij ieder jaar minstens eenmaal in Nederland geweest voor familiebezoek. Hartstikke gezellig. Maar toen hij remigreerde kreeg hij een fikse inzinking: hij was de Nederlandse samenleving onbewust volledig ontgroeid. Als het al zo zwaar is voor een volwassene, hoe moeilijk moet het dan niet zijn voor een kind of jongvolwassene! Nogmaals: dit was de familie Babayants bespaard gebleven als de procedures korter waren geweest.

Het gaat er niet om dat we iedereen die naar Nederland komt hier op moeten nemen. Het gaat erom dat we mensen niet eindeloos in onzekerheid mogen laten. Vooral als het om kinderen en hun ouders gaat, heeft de overheid een zorgplicht. Want zoals Aram zegt: ‘We zijn geen nummers, we zijn mensen.’

Voor meer informatie:
kerkasielkampen.nl

Twee predikanten in gesprek bij het Nederlands Dagblad: www.youtube.com/watch?v=z301NOZUr1M

Janneke Donkerlo

Omzien naar elkaar is geen verdienmodel

Op het moment van schrijven zit ik nog midden in de verhuisperikelen. Van mezelf en van die van mijn 78-jarige geestelijk gehandicapte flatgenote Ine.

Toen Ine in 1977 in de Klokkenhof kwam wonen, zag Nederland er heel anders uit.

Telefoon en tv hadden analoge stekkers. Koken en verwarmen deden we op gas. Niemand had een mobiele telefoon. En internet, dat kenden we niet. Online spullen bestellen en contracten afsluiten, chatten met een virtuele assistent, praten tegen een robot via een ‘keuzemenu’: het bestond eenvoudigweg niet. In winkels betaalden we contant en met een pinpas. De afschriften kregen we per post. Inmiddels koken we met inductie, bellen steeds meer mensen digitaal en internetbankieren is de normaalste zaak van de wereld geworden. Alles lijkt afgestemd op hoogopgeleide, digitaal vaardige mensen met goede ogen en snelle hersens.

Toen de verhuisdatum naderde, zei Ine dat ze bang was om dakloos te worden en in de goot te belanden. Op zich geen vreemde gedachte. Want ook zonder beperking kan het leven je zuur opbreken. Straatarts Michelle van Tongeren heeft zich het afgelopen jaar beziggehouden met een dakloze moeder met twee kinderen. Minstens honderd (!) instanties hadden zich over haar ‘geval’ gebogen. Stel je voor: honderd ‘professionals’, honderd salarissen, wat een verdienmodel! En het meest schrijnende van alles: het leverde concreet niets op.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft becijferd dat 1,3 miljoen mensen in een kwetsbare situatie zitten door een stapeling van problemen, weinig buffer en geen netwerk van vrienden of familie. Ook hoogleraar Maatschappelijke Zorg Judith Wolf constateert dat mensen in de marge tegenwoordig slechter af zijn dan vroeger. Mensen worden geacht zelfredzaam te zijn, maar dat is voor steeds meer mensen een enorme opgave, aldus Wolf.

Toen een paar jaar geleden het renovatieplan van onze flat zich aandiende en ik in de gaten kreeg dat Ine geen familie of vrienden had, ben ik me over haar gaan ontfermen. Ze kon haar paniek met me delen, we gingen samen leuke dingen doen en met kerst kwam ze steevast bij mij eten. Intussen was ik op zoek gegaan naar een beschermde woonvorm voor licht verstandelijk gehandicapte ouderen. Helaas: geen plek. Een seniorenwoning met passende zorg: idem dito. En voor een verpleeghuis is ze veel te goed.

Via via kreeg Ine vorig jaar een hulpverleenster toegewezen die welgeteld drie uur per week betaald krijgt, onder meer om haar te begeleiden bij de verhuizing. Nou, dat heeft ze geweten. Ine kan namelijk geen besluiten nemen en zou het liefst alles laten zoals het was. Gelukkig is het hart van de betaalde kracht groter dan het budget van haar baas. Ze heeft zelfs iemand gevonden die – gratis – een keer per week voor Ine kookt. Gelukkig zijn er dus nog mensen die omzien naar een ander. Want van protocollen en verdienmodellen moeten we het niet hebben.

Janneke Donkerlo

Gods wegen ….

De afgelopen tijd heb ik in een spreekwoordelijke achtbaan gezeten waardoor ik voor het vorige Kerkblad geen column heb kunnen schrijven.

Dat zit zo. Het Amsterdamse pand waarin ik woon – ook wel bekend als de Klokkenhof – staat al jaren op de nominatie om gerenoveerd te worden. De nieuwe eigenaar, Vesteda, zou er eindelijk werk van maken.

Goddank. Jarenlang ging ik in de winter met een hete kruik om 20.30 uur naar bed omdat het op tienhoog met stalen kozijnen en enkel glas niet warm te krijgen was. En dan de lekkages, de slechte geluidsisolatie, de aftandse keuken en badkamer, de rotzooi overal! Veel bewoners trokken het niet meer en verlieten het pand. De vrijkomende woningen werden tijdelijk verhuurd. In augustus 2024 zou het circus van start gaan. Tijdens de verbouw zouden de overgebleven vaste bewoners naar een wisselwoning gaan om na afloop terug te keren naar een modern, betaalbaar en goed geïsoleerd appartement.

Maar plotseling ging de hele renovatie niet door! Het had toch veel meer voeten in de aarde dan gedacht. Nadat de tijdelijk verhuurders al waren vertrokken, bezetten krakers het pand. Het werd op den duur zo onhoudbaar dat de media zich er mee gingen bemoeien. Ook burgemeester Halsema sprak er schande van. Uiteindelijk kregen wij, de vaste bewoners, per brief te horen dat we definitief het pand moesten verlaten. We mochten permanent in de wisselwoning blijven wonen waarbij onze huur niet omhoog zou gaan.

Een prachtig aanbod want Vesteda heeft bijna alleen maar midden-huur en vrije sectorwoningen. Echter, mijn wisselwoning in het complex om de hoek moest – als enige – ook gerenoveerd moest worden. Ik kwam dus van de regen in de drup. Ik was woedend. Maar toen bedacht ik dat Vesteda woningen heeft in steden door het hele land. Dus ook in de stad Groningen! En ja hoor, na een maand tussen hoop en vrees kreeg ik een midden-huurwoning aangeboden aan het oud Winschoterdiep; een A+ woning in een nieuw, modern complex voor een lage prijs. Ik sprong een gat in de lucht. Permanent betaalbaar in het noorden wonen, weliswaar niet in Opsterland, maar wel weg uit de Randstad.

Iedereen was blij voor me en sommigen zeiden dat ik het had ‘verdiend’. Het is inderdaad verleidelijk om dat te denken na jaren van afzien. Maar zo zijn er veel meer mensen in de wereld die moeten afzien. Die bijvoorbeeld jarenlang in tentenkampen wonen onder nog veel erbarmelijker omstandigheden. Verdienen zij dan geen comfortabel dak boven hun hoofd? Net zoals tegenslag niet je eigen schuld is, is het hebben van geluk ook niet je eigen verdienste. Daar is een mooi Jiddisch woord voor: mazzel. En dat is wat het is. Ik heb ongelooflijke mazzel gehad. En dat heb ik niet te danken aan ‘hard werken’ of het maken van ‘de juiste keuzes’. Het is mij overkomen. En daar ben ik dankbaar voor.

Zo realiseer ik mij maar weer eens: Gods wegen zijn ondoorgrondelijk …

Column van Janneke Donkerlo

Amor mundi

 

We leven in duistere tijden. Mooier kan ik het niet maken. Maar misschien is er hoop. Historica Beatrice de Graaf hield dit jaar de Johan Huizingalezing met als titel ‘Wij zijn de tijden’, een uitspraak van Kerkvader Augustinus.

Augustinus, die leefde ten tijde van de ondergang van het Romeinse Rijk, zei: ‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’

In haar lezing benadrukte De Graaf het belang om in crisistijd bezielende, historische verhalen te vertellen, vanuit liefde voor de wereld en hoop voor de toekomst. Oftewel: Amor Mundi. Daarbij moeten natuurlijk wel de feiten kloppen. In dat kader is de kwaadaardige geschiedvervalsing van Wilders dan ook tenenkrommend toen hij onlangs beweerde dat de Spanjaarden in de vijftiende eeuw ‘de eersten waren om de Islam terug te dringen en heldhaftig het rijke christelijke erfgoed  te herstellen’. Echter, in Spanje leefden Joden, moslims en christenen onder de Moren juist eeuwenlang vreedzaam naast elkaar. Het is de zoveelste gotspe van Jodenvriend Wilders. Het was namelijk de christelijke inquisitie die Joden voor de keuze stelde: bekeren, vertrekken of vermoord worden.

Amor Mundi bestaat bij de gratie van wijsheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing en zelfreflectie; politici als Wilders baseren hun verhalen daarentegen op leugens, rancune en zondebokken. Net als in de crisistijd voor de Tweede Wereldoorlog roepen veel mensen ook nu weer om een sterke leider die de boel eens flink zal opschudden en het democratische moeras zal dempen. In 1933 telde Nederland maar liefst 54 (!) politieke partijen. Naast de gevestigde confessionele, sociaaldemocratische en liberale partijen waren dat onder meer talloze fascistische partijtjes. Uiteindelijk bleef alleen de NSB boven drijven.

Het is verleidelijk om de NSB van toen te vergelijken met de PVV van nu. Maar naast alle leugens en ondemocratische plannen heeft Wilders wel een punt als hij zegt dat de partijen die decennialang de dienst uitmaakten, de boel hebben laten vastlopen. De VVD die onder meer met deregulering de kloof tussen arm en rijk heeft vergroot; het CDA dat onder meer de boeren in een onmogelijke positie heeft gebracht; de PvdA die onder het mom van tolerantie niet goed heeft nagedacht over het toelatingsbeleid en de huisvesting van (arbeids)migranten.

Sorry zeggen werkt helend. Het zou daarom getuigen van moed, wijsheid en zelfreflectie als de bovengenoemde partijen niet alleen – terechte – kritiek op Wilders c.s. leveren, maar ook de hand in eigen boezem steken en hun fouten toegeven. Want waarom wel – terecht – excuses aanbieden voor ons slavernijverleden, begaan door onze voorouders, maar wegkijken van de eigen begane fouten. Alleen dat – plus een nieuw verhaal van geloof, hoop en liefde – kan mijns inziens populisten, die schaamteloos beweren voor ‘het volk’ op te komen, de wind uit de zeilen nemen.

Job op de Zuidas

 

We leven in een wereld waarin mensen menen – niet gehinderd door enige historische kennis – de waarheid in pacht te hebben. Dat we daarbij wel de splinter(s) in het oog van de ander zien, maar niet de balk in die van onszelf, geldt natuurlijk ook voor mij. Maar afgezien van gepaste bescheidenheid levert dat nog geen wereldvrede op.

Een kantelpunt in mijn leven is de raamvertelling geweest van de godvrezende Job uit de Bijbel die het slachtoffer wordt van een weddenschap tussen God en de Duivel. Een verhaal dat door sommigen wordt verguisd, want wat heb je nou aan zo’n wrede God die dobbelt met de Duivel?

De eerste wijsheid die ik meekreeg was deze: ‘Oordeel niet over een ander. Want helaas: shit happens. Dat kunnen de zelfgenoegzame vrienden die Job komen troosten niet bevatten en niet accepteren. Terwijl de melaatse Job op de mestvaalt zijn wonden krabt, kunnen zij het na een week zwijgen toch niet laten: tot 3 maal 3 keer toe werpen ze Job voor de voeten dat hij zijn ellende toch wel aan zichzelf te danken moet hebben. Niemand is immers zonder fouten, dus ook Job niet. Daarbij verge

ten ze voor het gemak dat zij zelf er nog steeds warmpjes bij zitten.

Maar klopt die redenering wel? Hebben de Joden het antisemitisme en de Holocaust wel aan zichzelf te danken? En is het soms de schuld van de volkeren in het Midden-Oosten dat tijdens de Eerste Wereldoorlog Sir Mark Sykes en François Georges-Picot, in het geheim, het Ottomaanse rijk verdeelde in Franse en Engelse invloedsferen? Met alle – nog altijd voortdurende – ellende van dien.

Terug naar Job. Een predikant wees me onlangs op een tweede aspect in het verhaal. Hoe ga je als mens om met tegenslag? Hoe kun je in jezelf te blijven geloven als oud

ers, leraren of geloofsgenoten blijven volhouden hoe ziek, lastig of onhandelbaar je was als kind, of nog steeds bent. Maar hoe hard zijn vrienden ook beweren dat zijn ellende ergens toch wel zijn eigen schuld moet zijn geweest, blijft Job volharden en zegt – vrij vertaald – ‘Nee, dit heb ik niet verdiend!’ Hij blijft door dik en dun vertrouwen op zijn schepper (vrij vertaald: geloven in zichzelf). In het licht van ondraaglijk leed is zoiets vrijwel onbegrijpelijk. Ga er maar aanstaan. En toch… Alleen door in zichzelf te blijven geloven, wordt Job weer gezond.

Er is een anekdote van een welgestelde dominee die eens een poster op zijn raam plakte met daarop de tekst ‘Job op de Zuidas’. Vervolgens stroomde zijn brievenbus op de Amsterdamse Zuidas vol met brieven van sollicitanten. Ook zij hadden de boodschap blijkbaar nog niet helemaal begrepen … .

 Klein en fijn

 

In mijn verbeelding waren de eerste christenen zo kwetsbaar en sterfelijk als Enos, die volgens Genesis 4 een nakomeling was van Seth, die op zijn beurt een zoon was van Adam en Eva. Seth betekent zoiets als ‘vervanger’ want voor Eva had hij de plaats ingenomen van Abel die was vermoord door zijn broer, de machtige Kaïn.
De allereerste christenen leefden, zo beeld ik mij in, vanuit het besef dat hun kwetsbaarheid – net als die van Enos – zou bijdragen aan het koninkrijk Gods waarin ieder mens zijn naam in vrede draagt.
In mijn verbeelding bestonden deze eerste christelijke gemeenschappen uit een beperkt aantal leden-maten die elkaar kenden bij naam. Deze leden-maten waren onderling met elkaar verbonden in het besef dat ze kinderen waren van dezelfde bron van liefde. In de gemeenschap had ieder mens zijn eigen functie en talent en de leden-maten zagen om naar elkaar.
In mijn verbeelding kwamen deze kleine groepen iedere week in een kring om een Bijbelkenner heen zitten om te zingen, te luisteren en te bidden. Deze Bijbelkenner was, zo zie ik het voor me, iemand die om de vijf jaar werd gekozen en wekelijks als het ware een steen in de vijver wierp. Deze steen, het woord van liefde en kwetsbaarheid, resoneerde dan als een golf in de kring van leden-maten die daardoor open bloeiden als een waterlelie. Waarbij de stralend-witte bloem symbool stond voor inkeer en wedergeboorte: de bloem sluit zich ’s nachts en gaat open in het licht van de nieuwe dag. Haast onvoorstelbaar, als je bedenkt dat de plant wortelt in de modder, het menselijk moeras van angst en niet weten hoe of wat.
In mijn verbeelding vormden de bladeren van de lelies voor schaduw op het water waardoor schadelijke organismen minder kans kregen. De schaduw bood bij dreigend gevaar tevens een goede schuilplaats voor anderen van buiten de gemeenschap.
In mijn verbeelding gingen de leden-maten gevoed en geïnspireerd na de bijeenkomst – net als nu – uiteen om individueel, in het leven van alledag, het woord van liefde handen en voeten te geven. Niet door te evangeliseren, maar om het te laten zien en te doen, heel concreet en in de praktijk.
Hoe dan ook, het is een feit en geen verbeelding, dat de PKN-kerken krimpen omdat er steeds minder aanwas is van nieuwe jonge leden-maten. Maar is dat erg? Ik wil erop vertrouwen dat er altijd weer nieuwe kleine gemeenschappen ontstaan die zich elk op hun eigen manier laten inspireren door stenen in de vijver en op hun beurt ook weer anderen inspireren en bemoedigen. Niet massaal, maar klein en fijn.

 Aangezichtsverlies

 

Iedere morgen kijk ik in de spiegel, vermoedelijk net als de meesten van ons. Waarom eigenlijk? Misschien omdat ik mezelf hoop te zien door de liefdevolle ogen van God, die me helpt te worden zoals ik ten diepste ben bedoeld, alsof God een beetje zijn aangezicht over mij doet lichten. Maar stel dat de spiegel mijn diepste angsten zou weerspiegelen?

De stripverhalen die Marten Toonder maakte over de bewoners van Rommeldam bevatten vaak spirituele wijsheden. Neem nu het verhaal van Tom Poes en de Plamoen. De Plamoen – een zelfbedacht woord van de auteur – heeft een gelaat dat de angst weerspiegelt van degenen die hem aankijken. Daardoor verliezen ze hun gezicht en rennen gillend weg. De Plamoen is daarom erg eenzaam.

De magiër Hokus P. Pas maakt gebruik van dit droeve lot van de Plamoen en tovert voor hem een prachtig paleis in het bos. De notabelen van Rommeldam willen wel eens kennis maken met de nieuwe vermogende bewoner. Een voor een gaan ze naar het bos en worden in het paleis hartelijk verwelkomd door een bediende en een feestmaal. Na de maaltijd staan ze erop de gastheer te ontmoeten en te bedanken. Als deze met een masker op verschijnt en hij hen waarschuwt dat zijn gast zal schrikken van zijn aangezicht, verzekeren ze hem dat zo’n hoogstaand iemand toch nooit afzichtelijk kan zijn. Als de Plamoen zijn masker afzet, rennen ze echter gillend weg want ze hebben hun eigen angst gezien en die maakt hen afzichtelijk. Daar heeft de boze magiër natuurlijk op zitten wachten. Het gelaat van de gasten zet hij op sterk water; zo heeft hij de ongelukkigen in hun macht. Op de markt heeft hij een stalletje met nepgezichten die de arme notabelen als troost kunnen kopen en opzetten.

Tom Poes verzint een list. Ook hij gaat naar de Plamoen, maar in plaats van direct in het gezicht van de gastheer te kijken, gebruikt hij een spiegel zodat de Plamoen zichzélf ziet. Dat wil zeggen: hij ziet zijn eigen angst, zijn angst om niemand te zijn.

Gelukkig komt alles weer goed. De magiër wordt ontmaskerd, de notabelen krijgen hun eigen gezicht terug en de kunstenaar Terpen Tijn schildert een picasso-achtig gelaat op het gezicht van de Plamoen waar deze erg verguld mee is. Ook de notabelen zijn dankbaar dat ze zichzelf weer kunnen zijn.

Daarom blijf ik elke morgen in de spiegel kijken, met al mijn gebreken en angsten, in de hoop dat God met mij is en de wetenschap dat ware schoonheid van binnen komt. Want stel je voor: de rest van je leven een nepgezicht te moeten dragen, dat moet wel de hel op aarde zijn.

Janneke Donkerlo

Laat duizend bloemen bloeien

 

Een paar weken terug was ik in het Groningse Winsum. Ik overnachtte in een B&B van een jong stel
dat in hun achtertuin vier schaftketen had omgetoverd tot een knus vakantieplekje. Het was supergezellig; één van de gasten speelde gitaar en later deden we een spelletje aan de picknictafel.

Toen ik de eigenaresse vertelde dat ik me had opgegeven bij het tiny house project van de kerk, vroeg ze enthousiast of ik soms ook ‘Christen’ was. Zelfs waren zij en haar man lid van de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk (GVK). Dat is die kerk die mensen uitzendt naar Israël. Niet om op vakantie te gaan of zich te laten inspireren door de 80% Joodse of 16% Islamitische Israëliërs, maar om de Joden te bekeren. Want – zo gelooft men – als zij zich tot het Christendom bekeren, komt Jezus terug op aarde. Ik zei snel dat ik inderdaad naar de kerk ga, maar andere ideeën over het geloof heb.

Nog een voorbeeld van een geloof waar ik niets mee heb: reïncarnatie. Boeddhisten en Antroposofen waarschuwen voor euthanasie, want dat zou slecht zijn voor je karma en de overgang naar het hiernamaals. Volgens de geïnterviewde zouden zelfs huisdieren reïncarneren. Dat is dan misschien een

mooie aansporing om goed te zorgen voor je viervoeter, maar nu weet ik toevallig dat veel antroposofen bepaald geen vegetariër zijn. Blijkbaar reïncarneren dieren in de vleesindustrie niet …

Intussen voel ik me al jaren thuis bij het gedachtengoed van de PKN, of het nu in Amsterdam, Ureterp/Bakkeveen of Winsum is. Soms verstout ik mij te denken dat mijn manier van geloven de enige juiste is, maar dat zou natuurlijk hoogmoed zijn. Is er leven na de dood? Ik weet het niet. Maar zolang de gezamenlijke focus ligt op liefde, tolerantie en het omzien naar elkaar, voel ik mij bij de PKN als een vis in het water.

Gelukkig blijkt uit een recent onderzoek dat ook de vroege christenen niet allemaal over alles hetzelfde dachten. Integendeel. De onderzoekers kwamen erachter dat niet de eensgezindheid van het vroege christendom, maar juist de pluriformiteit ervan de charme was. Nu vertelde een bevriende theoloog mij dat dat te maken had met het feit dat de eerste christenen Joden waren. En Joden hebben de schone traditie om door discussie tot verschillende inzi

chten te komen. De latere afscheidingen gingen echter over de vraag wie het ‘ware geloof’ aanhing. Toch ga ik ervan uit dat er meer is dat ons uiteindelijk verbindt dan dat ons scheidt. En wat blijkt: op de site Terranova staat dat ook de GVK partner is van het tiny house project in Winsum. Zou het een keerpunt zijn? Zouden we nu inderdaad op weg zijn naar een tijdperk waarin duizend bloemen mogen bloeien?