St Piter

De kerk ligt ten westen van het dorp Ureterp en werd omstreeks 1250 gebouwd. De toren heeft echter geen fundamenten. Hij staat los op een bult zand. Door de dikke muren, onder 1,60 m en boven 70 cm, is deze zo lang blijven staan. Grote delen van de kerk, zoals de noord- en oostmuur, zijn omstreeks 1800 vernieuwd. Aan de zuidzijde is het middeleeuwse karakter van de kerk nog af te lezen. Ook de ongelede kerktoren dateert uit de 13e eeuw. De preekstoel, met uitzondering van het klankbord, dateert uit de 17e eeuw. Kerk en toren zijn erkend als rijksmonument. In de jaren ’50 heeft de toren een restauratie ondergaan waarmee het weer met de oorspronkelijke kloostermoppen in oude staat is teruggebracht. De kerk heeft in 2014 en 2015 weer een restauratie meegemaakt en is deze keer ook van binnen aangepast, klik hier voor meer informatie over deze restauratie.

De voormalige (rode) pastorie staat tegenover de kerk en werd in 1787 gebouwd en als zodanig tot 1970 gebruikt. Het huis naast de kerk is vroeger het kostershuis geweest.

Vanaf omstreeks 1600 tot 1766 hebben er twee klokken in de toren gehangen, vandaar de galmgaten. Omdat de toren rond 1766 in zo’n slechte staat was werd er besloten een houten klokkenstoel te bouwen. Deze stond voor op het kerkhof waar nu de kleine ingang is. In 1873 werd de stoel vernieuwd. Maar vanwege klachten over de plaats van de klokkenstoel (paarden sloegen soms op hol bij het luiden doordat de klokkenstoel zo dicht bij de weg stond)werd besloten deze nu achter de kerk neer te zetten.

In 1943 zijn de twee luidklokken uit 1771 en 1932 door de Duitsers ten behoeve van de wapenindustrie in de Tweede Wereldoorlog weggeroofd. In 1948 werden zij vervangen door twee nieuwe klokken. De nieuwe klokken konden aangeschaft worden na een financiële inzameling onder de bevolking en de plaatselijke uitvaartvereniging werd toen de eigenaar van zowel de klokkenstoel als de klokken. Hierbij werd een van de klokken voorzien van een mechanisme waardoor deze automatisch kan luiden. Deze klok luidt elke dag drie maal, ’s morgens omstreeks 8 uur, ’s middags omstreeks 12 uur en ’s avonds omstreeks 6 uur. De andere klok wordt onder andere gebruikt voor begrafenissen. Op beide klokken staat een randschrift.

Het randschrift op respectievelijk de grote en kleine klok is:

“Ik bounzje drôf, ik bounzje bliid – GOD jowt alles op SYN tiid.
Al moast ús folk yn d’oarloch hast ferbliede, foar frije Friezen meie wy wer liede.”

 

 

“Ik bons droevig, ik bons blij – GOD geeft alles op zijn tijd.
Al moest ons volk in de oorlog bijna doodbloeden, voor vrije Friezen mogen wij weer luiden.”

Sinds 2008 is de klokkenstoel in het bezit van de gemeente Opsterland.